Bezoek het Limburgs Museum Online

Helaas zal het Limburgs Museum tot en met 25 mei 2021 gesloten zijn in verband met de maatregelen rondom het coronavirus. Gelukkig kun je een groot gedeelte van onze collectie ook online bekijken. Klik hier!

Keuze 'WO2 in 100 foto's' bekend

4 mei 2020

Nu de jaren van de Tweede Wereldoorlog steeds verder van ons af komen te staan, zijn het vooral de beelden die het verleden zichtbaar maken. Een landelijke zoektocht naar de 100 meest aansprekende foto’s is inmiddels afgerond. Uit alle provinciale nominaties zijn de 100 winnaars gekozen, waaronder 8 Limburgse foto’s.

Alle provincies hebben bijgedragen aan De Tweede Wereldoorlog in honderd foto’s. Er is onderzoek gedaan in archieven en particulieren zonden foto’s in. Zo ontstond een landelijk participatieproject dat beelden heeft opgeleverd waarvan het bestaan niet eerder bekend was. Uit de door de provincies ingebrachte foto’s heeft een publieksjury, onder voorzitterschap van Khadija Arib, de honderd foto’s gekozen. Het resultaat is een veelzijdige en intrigerende verzameling van foto’s en verhalen. 75 jaar na de bevrijding geven deze foto’s een uniek inzicht hoe we vandaag de dag in Nederland naar de jaren van oorlog en bezetting kijken.

Samen met het Regionaal Historisch Centrum Limburg ging het Limburgs Museum op zoek naar de meest aansprekende foto's uit Limburg. De 50 meest aansprekende foto's uit Limburg zijn online te bekijken. Een publiekjury bracht deze 50 foto's terug naar een selectie van 25 foto's, die mee gingen naar de landelijke selectie. 8 foto's daarvan zijn in de landelijke canon opgenomen. 

De 8 Limburgse foto's bekijk je onderaan deze pagina (klik op de afbeelding voor een volledige weergave). Onder elke foto is een uitgebreide omschrijving toegevoegd.

Op 4 mei zullen alle honderd foto’s op www.in100fotos.nl verschijnen en zendt de NOS, direct na de Dodenherdenking, een speciaal tv-programma over het project uit op NPO2 (20:35-21:25). 

Limburg, Maastricht, 15 september 1944
In september en oktober 1944 worden grote delen van Zuid-Nederland bevrijd. De bevrijding van de rest van het land liet nog maar liefst acht maanden op zich wachten. Dat het zo lang duurde heeft te maken met de prioriteiten van de geallieerde legerleiding. De delen die wél bevrijd werden, lagen op de weg naar het Duitse Ruhrgebied. Het meest zuidelijke punt van Limburg wordt als eerste door de Amerikanen bevrijd: Mesch en Eijsden op 12 september, en twee dagen later Maastricht. De Sint Servaasbrug in Maastricht werd twee uur voor de komst van de Amerikaanse troepen gedeeltelijk opgeblazen door Duitse eenheden. Een onderschatting van de betonnen constructie zorgde ervoor dat niet de hele brug vernietigd werd. Op de achtergrond zijn de restanten van de wel geheel geruïneerde Wilhelminabrug te zien. Eind september werd de Servaasbrug alweer voor verkeer in gebruik genomen.
Bron: J. Naseman / Regionaal Historisch Centrum Limburg

Limburg, Maastricht, 7 december 1944.
Terwijl het zuiden van Nederland bevrijd is, worden er plannen gemaakt voor het vervolg van de geallieerde bevrijdingsoperatie in Europa. Deze foto getuigt van een bijzondere geallieerde topconferentie op Nederlands grondgebied tijdens de oorlog, die plaatsvond in Headquarter Oklahoma, het gebouw van het voormalige Veldeke College aan de Aylvalaan in Maastricht. Van links naar rechts: de Amerikaanse generaal Omar N. Bradley, de Britse luchtcommandant Arthur Tedder, de Amerikaanse generaal en geallieerd opperbevelhebber Dwight Eisenhower (de latere president van Amerika), de Britse veldmaarschalk Bernard Montgomery, en de bevelhebber van het Amerikaanse 9e leger luitenant-generaal en gastheer William H. Simpson. Samen bespraken ze de plannen voor het westelijk front. De precieze inhoud van de plannen is onbekend. Ongetwijfeld heeft Eisenhower ter sprake gebracht binnenkort een nieuw offensief te beginnen in Duitsland.
Bron: Fotograaf onbekend / Fotocollectie Gemeente Archief Maastricht, Regionaal Historisch Centrum Limburg

Limburg, Maastricht, eind 1944
De geallieerde bevrijdingslegers bestonden voor een tiende deel uit zwarte militairen. Dit aspect is vaak onderbelicht in de geschiedschrijving. Beelden van zwarte Amerikaanse militairen, zoals deze amateurfoto, genomen in Maastricht, zijn schaars. Hun rol binnen de strijdkrachten was anders dan die van witte soldaten, waardoor de eenheden gescheiden waren. Zwarte soldaten hadden met name ondersteunende taken, waaronder de aanvoer van brandstof en munitie. Daarnaast waren zij verantwoordelijk voor het verplaatsen en begraven van gesneuvelde soldaten. Zwarte soldaten namen aanvankelijk geen deel aan de gevechtshandelingen. De verklaring hiervoor is dat de angst bestond dat zij zich tegen de VS konden bewapenen. Daarnaast was er de racistische overtuiging dat witte soldaten beter geschikt waren voor het vechten. Pas bij het Ardennenoffensief, waarbij grote verliezen werden geleden, kwamen zwarte militairen in aanmerking voor gevechtsfuncties. Ruim 8.000 Amerikaanse militairen liggen begraven op de militaire begraafplaats in Margraten in Zuid-Limburg.
Bron: Fotograaf onbekend / Regionaal Historisch Centrum Limburg

Limburg, Venlo, voorjaar 1940
Vanaf 11 mei 1940 kregen de Nederlandse militairen ondersteuning van Franse troepen, die over zee en via België naar Zeeland optrokken. In het Franse leger vochten vele duizenden Marokkaanse militairen tegen de Duitsers. Ongeveer 30.000 van hen waren gelegerd in het noorden van Frankrijk. Deze Marokkanen waren op bevel van de sultan in dienst getreden van het Franse leger. De sultan hoopte hiermee de Marokkaanse onafhankelijkheid van Frankrijk te bedingen. Marokkaanse soldaten werden ook in Zeeland ingezet bi de verdediging van Nederland. Veelal licht bewapend probeerden zij de toegang tot de haven van Antwerpen te beschermen. Alhoewel de strijd in Zeeland nog doorging tot 17 mei, was ook het Franse leger uiteindelijk niet opgewassen tegen de Duitse overmacht. De Franse terugtocht verliep chaotisch en een groot gedeelte van de soldaten werd krijgsgevangene gemaakt. Zij werden met schepen en goederentreinen naar Duitsland gestuurd, waar zij dwangarbeid moesten verrichten of werden geïnterneerd in krijgsgevangenenkampen. Deze foto is in Venlo op weg naar Duitsland gemaakt.
Bron: Fotograaf onbekend / Gemeentearchief Venlo

Limburg, Westerbork, 19 mei 1944
Dit verstilde filmbeeld is de enige opname die de vervolging van Sinti en Roma in beeld brengt. Het meisje blijkt de tienjarige Settela (Anna Maria) Steinbach te zijn, afkomstig uit het Zuid-Limburgse Buchten bij Sittard. In de zomer van 1943, na het Duitse bevel tot deportatie van ‘zigeunergroepen’ naar Auschwitz, werd het rondtrekken met woonwagens verboden en werden in Nederland ‘verzamelkampen’ ingericht. Het Romagezin Steinbach kwam terecht in een kamp bij Eindhoven. Op 16 mei 1944 volgde een landelijke razzia, waarbij 565 Sinti en Roma werden opgepakt en afgevoerd naar kamp Westerbork. Hieronder waren ook Settela, haar moeder en acht broers en zussen. Al op 19 mei vertrok Settela met 244 andere Sinti en Roma naar Auschwitz. De Joodse gevangene Rudolf Breslauer, die van kampcommandant Gemmeker opdracht had gekregen het kampleven in Westerbork te filmen, maakte toen de zeven seconden durende filmopname van haar. Settela is in Auschwitz vermoord.
Bron: Rudolf Breslauer / NIOD, Beeldbank WO2

Limburg, Susteren, 10 mei 1940
Op vrijdag 10 mei 1940 vallen de Duitse troepen Nederland binnen en komt er een einde aan de Nederlandse neutraliteit. Gelijktijdig krijgen Frankrijk en België met een Duitse invasie te maken. Het zwaartepunt van de Nederlandse verdediging lag in het westen, waar parachutisten van de Luftwaffe strategische doelen rondom Den Haag belegden. Terwijl het Duitse leger in sommige delen van het land gebruik maakte van moderne wapens en strategieën, was in andere gebieden, zoals hier in Limburg, het sterk gemoderniseerde karakter van het leger nauwelijks zichtbaar. Een Duitse militair fotografeert hoe zijn kameraden de grensovergang Isenbruch-Susteren passeren zonder enige tegenstand te ondervinden. Een Nederlandse boerin kijkt met de handen in haar zij gelaten toe hoe de Duitse troepen te voet, per fiets en te paard haar boerderij passeren.
Bron: Fotograaf onbekend / Collectie Jacquo Silvertant

Limburg, America, 1944
Enkele Engelse en Amerikaanse vliegers die het neerschieten van hun toestel overleefden, werden via vluchtroutes in Limburg in veiligheid gebracht. Een plaats waar hulp aan piloten werd geboden was de Zwarte Plak bij het dorpje America in de Peel. Daar stonden de boerderijen van de familie Smedts, Geurts en Poels. Hoeveel piloten er precies zijn geholpen, is niet zeker. De Zwarte Plak was tevens een belangrijk verzamelpunt van de Raad van Verzet (RVV) in Deurne. Er waren verschillende schuilplaatsen gegraven. De families hadden allerlei onderduikers bij hen thuis, van studenten tot Joden en piloten. Ook verzetsmensen konden in de Zwarte Plak een schuilplek vinden. De piloten werden geholpen door koeriersters en koeriers die hen naar de grens begeleidden. Op 9 april 1944 arriveerde er voor het laatst een groep van 18 piloten op de boerderij van Poels. Op de foto verlaat een geallieerde piloot als burger gekleed met begeleider zijn veilige schuilplaats.
Bron: Fotograaf onbekend / NIOD, Beeldbank WO2

Limburg, Sittard, 20 december 1944
In september 1944 wordt het zuiden van Limburg binnen enkele dagen en zonder hevige Duitse weerstand bevrijd. In het noorden en midden van de provincie is er verzet, en de bevrijding verloopt moeizaam in deze gebieden. In oktober en november 1944 veroveren geallieerde troepen de westelijke Maasoever. De oostelijke Maasoever volgt pas begin 1945. De inwoners uit dit gedeelte van de provincie zin geëvacueerd naar het noorden van Nederland. Op het moment dat deze foto is genomen, december 1944, is Sittard al bevrijd. De aanwezigheid van de bevrijders maakt deel uit van het dagelijks leven en er is veel contact tussen de inwoners en de geallieerde troepen. Hier helpt een jongen de Britten met het bijvullen van de tanks. De geallieerde troepen zijn hier nog wel in opperste staat van paraatheid: één week eerder was het Ardennenoffensief begonnen – het laatste grote offensief vanuit Duitse zijde waarbij veel slachtoffers vielen.
Bron: Sgt.Dennis Smith / Imperial War Museum Londen