De muntvondst van Buggenum
Het verhaal van de Buggenum muntvondst
De laat-Romeinse tijd (250-476) is een roerige periode in Limburg. Het Romeinse rijk verkeert in crisis. De limes, de Romeinse rijksgrens langs de Rijn, wordt eind 3e eeuw grotendeels verlaten. Het huidige Limburg is één van de weinige gebieden in Nederland waar nog Romeinse activiteit is. Het is dan ook niet vreemd dat een muntvondst als die van Buggenum juist in Limburg is gevonden.
De muntvondst van Buggenum is vanaf 9 december 2025 te zien in de tentoonstelling Van neanderthaler tot stedeling.
Datering
De munten in de Buggenum muntvondst zijn erg klein – rond de 1 cm in doorsnede – een gevolg van een trend in de Romeinse tijd waarbij bronzen munten steeds kleiner worden. De jongste munttypes in de muntvondst zijn geslagen in het jaar 395. De munten zijn dus sowieso na deze datum in de grond terecht gekomen. Een aantal zaken wijst erop dat dit waarschijnlijk rond of na 450 is gebeurd.

Een van de jongste munten uit de Buggenum muntvondst; geslagen in 395 in Constantinopel, met afbeelding van keizer Honorius. (foto: Restaura)
Vanaf 395 stopt de muntslag in de noordelijke regio’s van het Romeinse rijk. Een aantal dingen zijn hier een gevolg van:
- Op lokaal niveau ontstaan imitaties van Romeinse munten, die goed te herkennen zijn aan bijvoorbeeld verschillen in afbeelding of spelfouten. Dit soort munten vinden we terug in de muntvondst van Buggenum.
- Grote munten raken uit circulatie en worden gehalveerd zodat ze als kleinere munten gebruikt kunnen worden. Vanaf ongeveer 450 worden ook kleine munten gehalveerd. De muntvondst van Buggenum bevat ook dit soort gehalveerde kleine munten.
- Oude munten blijven langer in gebruik. Hoewel meer dan 90% van de munten in de Buggenum muntvondst Theodosiaans (van na 378) zijn, zitten er ook enkele oudere typen tussen, zoals Barbaarse radiaten uit 275-310 en typen uit 330.

Een van de oudste munten uit de Buggenum muntvondst; geslagen ergens tussen 270 en 285. (foto: Restaura)

Een imitatiemunt uit de Buggenum muntvondst. (foto: Restaura)
Bijzondere munten + 3D scans
Er zit een aantal zeldzame munten in de muntvondst, zoals munten van zelfbenoemde ‘keizers’ die nooit officieel keizer zijn geworden – usurpatoren – zoals Eugenius, Magnus Maximus en Flavius Victor. Deze usurpatoren kwamen allemaal uit de westerse regio en onderstrepen dat de muntvondst in de Theodosiaanse periode is verzameld in onze contreien.
Hieronder zijn vijf munten uitgelicht met een bijzonder verhaal. Ze zijn als digitaal 3D model beschikbaar om in detail te bekijken. Klik hieronder om meer over ze te weten te komen.
Bekijk de 3D-scan van munt 4
Imitatiemunt die de muntafbeeldingen van het zogenaamd Constantijnse Urbs Roma-type imiteert. Op de voorzijde staat stadsgodin Rome afgebeeld. De keerzijde verwijst naar de Romeinse legende waar een wolf de broers Romulus en Remus zoogde. (3D scan: Restaura)
Bekijk de 3D-scan van munt 11
Dit is het meest voorkomende munttype in de Buggenum muntvondst. De voorzijde toont keizer Valentinianus met een pareldiadeem, welke geassocieerd wordt met Alexander de Grote en pas enkele decennia eerder voor het eerst op Romeinse munten verschijnt. De keerzijde toont een Victoria die met een krans in haar hand richting de keizer op de voorzijde wandelt om hem te kronen. (3D scan: Restaura)
Bekijk de 3D-scan van munt 54
Dit munttype geslagen in de muntplaatsen van Aquileia en Rome komt veel voor in de Buggenum muntvondst. De keerzijde toont een Victoria die een gevangene meesleept terwijl ze een trofee over haar schouder vasthoudt. Aan de linkerzijde staat het Chi-Rho symbool, gebaseerd op de eerste twee Griekse letters van de naam Christus. (3D scan: Restaura)
Bekijk de 3D-scan van munt 469
Barbaarse radiaat, gekopieerd van de Gallo-Romeinse usurpator Tetricus I. Op de keerzijde houdt Victoria een krans vast in haar ene hand en een palmtak in de andere. Het lage muntgewicht en de vervormde hand bij de krans laten zien dat het een imitatiemunt betreft. Dit is één van de oudere munten in de Buggenum muntvondst; de productiedatum ligt tussen 270 en 285. (3D scan: Restaura)
Bekijk de 3D-scan van munt 504
Munttype geslagen door de usurpator Magnus Maximus. Hoewel hij nooit daadwerkelijk de macht overgenomen krijgt, slaat hij wel munten in deze regio. Dit type is geslagen in Aquileia en toont een poort van een legerkamp met een ster erboven. Wellicht is dit munttype bedoeld als een boodschap naar de soldaten die betaald worden met deze munten tijdens de machtsstrijd om de troon. (3D scan: Restaura)
Context
De muntvondst uit Buggenum is een ‘circulatieschat’, wat betekent dat hij representatief is voor wat er op dat moment circuleerde in Zuid-Nederland. Er is door de eigenaar dus geen selectie gemaakt van speciale munten die diegene de moeite waard vond van het bewaren. Doordat het grootste deel van de munten erg beschadigd of verknipt is, is het lastig om ze toe te wijzen aan bepaalde muntplaatsen. Maar veelal zijn Theodosiaanse muntvondsten te linken aan muntplaatsen als Arelate (Arles) en Lugdunum (Lyon), gevolgd door Treveri (Trier), Aquileia of Rome.
Voor Limburg is de Buggenum muntvondst erg bijzonder door zijn datering en vooral omvang. Maar de muntvondst is niet uniek. In de omliggende regio (Nederland, Wallonië, Noordoost-Frankrijk, Noordwest-Duitsland en Luxemburg) zijn 14 andere vergelijkbare Theodosiaanse muntvondsten gevonden van enkele tientallen tot meerdere duizenden munten per stuk. De muntvondst van Buggenum is de één na grootste. De grootste van meer dan 12.000 stuks is gevonden in het Haarlemmermeer en is bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden.
Waarde
Natuurlijk wil iedereen weten hoeveel de Buggenum muntvondst waard is. Dit valt nogal tegen: waarschijnlijk zijn de duizenden munten uit Buggenum samen minder waard dan één solidus, een laat-Romeinse gouden munt. Ter vergelijking: een Romeinse voetsoldaat verdient ongeveer vijf gouden munten die per 5 jaar uitbetaald werden Voor een ruitersoldaat is dat het dubbele.


Ter vergelijking een gelijktijdige gouden solidus van Theodosius I, gedateerd 393-395, onderdeel van de schatvondst van Pey-Echt. (foto: Limburgs Museum)
Bronzen munten zijn anders dan zilveren of gouden munten, omdat de intrinsieke waarde van het materiaal minder waard is dan de munt zelf. Vergelijk het met onze papieren briefjes: dit systeem werkt alleen wanneer de overheid garant staat voor de waarde van het geld en er vanuit het volk vertrouwen is in de overheid. Dat vertrouwen valt in de laat-Romeinse periode weg door crisis in het Romeinse rijk. Ook is er dan een sterke inflatie – al het geld wordt minder waard.
De muntvondst van Buggenum is dus een enorme collectie van kleingeld en het is de vraag waarom de eigenaar het de moeite waard heeft gevonden om hem te verzamelen.
De eigenaar en diens motieven
Het is een grote vraag wie de eigenaar van de Buggenum muntvondst was en waarom diegene de munten heeft achtergelaten. Het definitieve antwoord hierop is niet meer te achterhalen, maar een aantal suggesties kunnen wel worden gedaan. Ook is het zeker dat iemand de muntvondst bewust heeft achtergelaten in Buggenum. Zo’n grote schat kun je niet per ongeluk verliezen. Er zijn aanwijzingen dat hij in een zakje heeft gezeten.
Wie de eigenaar ook is, diegene heeft de muntvondst waarschijnlijk niet gebruikt om met individuele muntjes te betalen. Omdat dit kleingeld zo weinig waard is, worden in de Romeinse tijd munten op gewicht in een zakje gedaan en als ruilmiddel gebruikt. Door de instorting van het monetaire systeem in de laat-Romeinse tijd zijn er geen plekken meer waar dit kleingeld voor waardevollere munten te ruilen is. Omdat de muntvondst alleen bestaat uit munten die lokaal circuleren en geen exotische munten bevat, is het uitgesloten dat de eigenaar een militair is die vanuit een ander deel van het rijk in Limburg wordt gelegerd. Als het al een militair is, dan is hij al een hele poos in Buggenum of omgeving gelegerd. Maar er is eigenlijk niets dat uitsluit dat het een gewone burger is, zoals een boer.
Het achterlaten van muntvondsten is in de laat-Romeinse periode een bekend fenomeen met een mogelijk verband met de volksverhuizingen in de vijfde eeuw. Een aantal interpretaties over hoe ze in de grond zijn beland bestaan. De enige optie die vrijwel zeker is uit te sluiten, is dat het een offer is. Er is niets dat hier op wijst – dat geldt eveneens voor 13 van de 14 andere muntvondsten uit de regio. De meest voor de hand liggende optie is dat de eigenaar de munten onder de grond wil bewaren tegen plundering of diefstal, maar niet in staat is ze weer op te halen. Het mocht dan kleingeld zijn dat niet veel waard is, misschien is het voor de eigenaar het enige dat ze hebben. Misschien gaat het de eigenaar niet om de geldwaarde, maar om het brons dat omgesmolten kan worden. Een andere mogelijkheid is dat de eigenaar vertrekt naar een regio waar ze dit soort slechte bronzen munten niet accepteren. Gezien het gewicht van 5kg, zijn de munten een grote reislast voor weinig beloning.
De reden dat de eigenaar de muntvondst uiteindelijk achterlaat, zullen we nooit zeker weten. De muntvondst van Buggenum is onderdeel van het laatste bronsgeld dat nog circuleert in onze regio aan het einde van het Romeinse rijk. Na het vertrek van de Romeinen zou het nog eeuwen duren voordat bronsgeld weer terugkomt in het leven van mensen in Limburg.
Opgraving, behandeling en CT/3D scan
In februari 2023 loopt amateurarcheoloog Wolf Alberts uit Blerick zoals zo vaak met een metaaldetector over wat akkers in Limburg. Zijn metaaldetector begint te piepen en zodra hij een aantal koperen muntjes treft heeft hij door dat het iets bijzonders is met een grote archeologische waarde. In plaats van zelf te gaan graven, contacteert hij meteen Restaura, die vervolgens archeologisch bedrijf RAAP en de autoriteiten inschakelen.

Wolf Alberts uit Blerick, vinder van de muntvondst Buggenum I (foto: L1)
Slechts een paar dagen later wordt onder leiding van archeoloog Jan Roymans de grootste laat-Romeinse muntvondst van Limburg opgegraven. Om de munten nog even intact te houden, wordt er in het veld een soort eiland gecreëerd in de grond. Vervolgens wordt de klomp munten met aarde en als in één blok uit het veld gelicht. Om geen informatie te verliezen, wordt er van de klomp munten bij TU Delft een CT-scan gemaakt.

RAAP en Restaura samen aan het opgraven (foto: RAAP/Restaura)

RAAP aan het opgraven (foto: RAAP/Restaura)

De munten zijn duidelijk zichtbaar in het veld (foto: RAAP/Restaura)

De munten worden in één blok uit het veld gelicht (foto: RAAP/Restaura)

Het blok met munten wordt bij TU Delft onderzocht in de CT scan (foto: TU Delft/Restaura)
Vervolgens worden de munten naar restauratieatelier Restaura in Heerlen gebracht, waar ze één voor één worden losgemaakt en schoongemaakt onder de microscoop. De munten worden ook behandeld tegen bronsrot om de corrosie te stoppen en daarna geconserveerd. Hierna worden ze onderzocht door muntexperts Liesbeth Claes en Jehan Hillen. Omdat het om meer dan 4000 munten blijkt te gaan, hebben zij de munten eerst opgedeeld in 5 categorieën, waarbij categorie 1 de best leesbare munten betreft, en categorie 4 de slechtst leesbare.

Het blok met munten wordt bij Restaura verder uitgegraven (foto: Restaura)

De munten worden steeds verder vrijgelegd (foto: Restaura)

De munten worden individueel gereinigd onder de microscoop (foto: Restaura)
De munten worden uiteindelijk overgedragen aan het Provinciaal Depot voor Bodemvondsten in Heerlen, die eigenaar van de munten is. Zij geven ze in bruikleen aan het Limburgs Museum. In de vitrine zijn de categorieën van de muntspecialisten aangehouden, zodat er in de toekomst geen informatie verloren zal gaan. We kunnen de munten zo goed uit elkaar blijven houden voor toekomstig onderzoek.
Bekijk de documentaire “De muntvondst van Buggenum” (L1) hieronder.
Met dank aan
Wolf Alberts, Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Restauratieatelier Restaura, RAAP, Liesbeth Claes en Jehan Hillen, Gemeente Leudal, Provinciaal Depot voor Bodemvondsten Limburg, TU Delft en L1.