Let op: vanwege de enorme belangstelling kunnen tickets voor 50 Jaar Thielen alleen nog via tijdslots gekocht worden, ook met Museumkaart.

Voorkom lang wachten aan de balie en bestel je tickets online. Naar de webshop.

Franz Clemens von Fürstenberg - gekke graaf?

12 april 2019

08 april 2019Leestijd 12 minuten

Mijn pen is te zwak om voor u zijn leven, doen en handelen te beschrijven. Hij heeft hier te lande bij iedereen achting en geduld verloren. Hij wordt bespot, uitgelachen. Hij verdient het. Voor ons allemaal is het smartelijk en pijnlijk

- Caspar von Weichs de Wenne over Franz Clemens von Fürstenberg, oktober 1810

Ziet hij dat nou goed? Is het echt zo dat de paarden en koeien door elkaar lopen? In zíjn weilanden? De wereld op z’n kop! Wat denken die beesten wel niet! Ordnung muss sein! Met z’n wandelstok trekt hij een streep in de wei. Hij schreeuwt de paarden toe dat ze aan de ene kant van de lijn moeten blijven. De andere kant is voor de koeien. Maar denk je dat ze luisteren? Verdammt noch mal! Als ze niet willen luisteren, moeten ze maar voelen. Gehoorzamen zullen ze, die paarden en koeien. Anders knalt hij ze gewoon neer. Allemaal! Stuk voor stuk!

Welkom in de wondere wereld van Franz Clemens von Fürstenberg (1755-1827). Over de laatste bewoner van kasteel Huis ter Horst in Horst doen nog veel meer verhalen de ronde. Zo was hij naar verluidt gek op rijstepap. Op een dag gaf hij de vrouw van een pachter opdracht rijstepap voor hem te maken. Toen hij genoeg had, moest de vrouw de rest in de kelder zetten. Het restant zou hij een volgende keer opeten. Weken later herinnerde hij zich deze belofte en liet de vrouw de intussen geheel beschimmelde pap uit de kelder halen. Franz Clemens gaf geen krimp en verorberde de pap met smaak.

Zo bezien is het niet zo heel vreemd dat Franz Clemens in Horst te boek stond als ‘de gekke graaf’. Maar was hij echt de zonderling waarvoor hij werd versleten? Hoe lang al dan? Of ligt het toch net een tikkeltje genuanceerder?

Vader-zoonconflict
Franz Clemens was een telg uit een aloud Westfaals adellijk geslacht, dat zetelde op het in het Sauerland gelegen kasteel Herdringen. Zijn vader, Clemens Lothar (1724-1791), leidde het leven van een zonderling. Hij ging gehuld in ouderwetse kledij, was uitermate wantrouwend en had een levensstijl die zijn tijdgenoten als achterhaald beschouwden. Zijn bezittingen reisde hij af als was hij een keizer, met een door vier paarden getrokken koets en begeleid door een horde Duitse doggen. Clemens Lothar was zeer belezen en stelde een bibliotheek samen die al in zijn eigen tijd beroemd was. Hij was sterk beïnvloed door auteurs die het gedachtegoed van de Verlichting aanhingen. Zijn speciale belangstelling ging uit naar de tegenstellingen tussen het katholicisme en de natuurwetten.

Schloss Herdringen

Clemens Lothar was getrouwd met Sophie Charlotte Wilhelmine von Hoensbroeck (1731-1798). Het echtpaar kreeg acht kinderen. Daarvan stierven er vier al op jeugdige leeftijd. Franz Clemens was de oudste van de drie zoons die de volwassenenleeftijd bereikten. Geen van drieën studeerde aan de universiteit, wat uitzonderlijk was bij de Von Fürstenbergs. Zijn eigenzinnige opvoedingsmethoden brachten Clemens Lothar in ernstig conflict met zijn oudste zoon. Als Franz Clemens in 1775, hij is 20, ruzie maakt met zijn moeder en bovendien in het geniep plannen smeedt voor een reis naar Italië, grijpt zijn vader keihard in. Clemens Lothar neemt de dagboeken van zijn zoon én diens aantekeningen voor de paasbiecht in beslag.

Hij concludeert dat Franz Clemens tot een ‘onproductieve filosofische levenswijze’ heeft besloten. Franz Clemens heeft heimelijk een kring van vertrouwelingen om zich heen verzameld. Samen discussiëren ze en houden lezingen. Ze uiten hun ongenoegen over de standenmaatschappij en bespreken het belang van de rede en de noodzaak van een samenleving die minder op afkomst en meer op prestaties is gestoeld.

Clemens Lothar von Fürstenberg

Ze baseren zich daarbij op moderne filosofen, theologen, psychologen en pedagogen die zich bezighielden met moraal en deugd. Ook zelfreflectie en het bijhouden van een dagboek zijn onderdeel van deze trend. Franz Clemens past hier wonderwel in: hij heeft niet alleen een dagboek, maar correspondeert ook met een hoogleraar theologie aan de Sorbonne. Als 16-jarige heeft hij al serieus overwogen Herdringen te verlaten en naar Parijs te verhuizen.

Zijn vader verbiedt hem de omgang met al zijn bekenden en laat Franz Clemens opsluiten in kasteel Adolphsburg, zestig kilometer ten zuiden van kasteel Herdringen. Clemens Lothar noemt zijn zoon een Narr, een Esel, een Gelbschnabel en een Kappeskop. Toch is hij ervan overtuigd dat hij al diens ‘dwaasheden’ eruit zal weten te slaan. Zover komt het niet: na serieus overwogen te hebben zelf zijn leven te beëindigen – hij had z’n afscheidsbrieven al gedicteerd aan een bekende – slaagt Franz Clemens erin de Adolphsburg te ontvluchten met behulp van aan elkaar geknoopte lakens.

Kopergravure van de Adolphsburg kort na de bouw, aan het einde van de zeventiende eeuw

Hij vindt onderdak bij zijn oom Franz von Fürstenberg. Die neemt hem vijf jaar lang onder zijn hoede. Regelmatig doet Franz verslag aan zijn broer over de vorderingen van Franz Clemens. Clemens Lothar reageert daar telkens vol ongeloof op. Hij kan zich niet voorstellen dat zijn zoon vooruitgang boekt.

Berlijn
Een verzoeningspoging tussen vader en zoon in 1780 heeft niet het gewenste resultaat. Franz Clemens trekt daarop naar Berlijn, waar hij in dienst treedt van koning Frederik II. Met instemming van zijn vader: ‘Mir ist nichts lieber geweßen, als daß Du Dich den Diensten eines solchen und so großen Königs gewidmet hast, wovon selbst Du wirst lernen, was unterthäniger Sohn, Du allhier von Fürstenberg nicht hast begreifen wollen oder können.’ 

Opnieuw kan Franz Clemens niet aan de verwachtingen van zijn vader voldoen. Aan zijn verblijf aan het Pruisische hof komt al snel een einde. Hij krijgt het verwijt dat hij een filosofisch systeem heeft bedacht dat aan alle kanten rammelt. Daarin verheerlijkt hij het eenvoudige leven, de boerenstand en armoede. Hij probeert verstand en hartstocht in één systeem te verenigen. Inspiratie vindt hij in de theologie van Franciscus van Sales (1567-1622) en in de filosofie van de antieke Stoa en die van Jean-Jacques Rousseau (1712-1778). Ook bezoekt hij tijdens zijn verblijf in Berlijn regelmatig de joodse Verlichtingsfilosoof Moses Mendelssohn (1729-1786). De filosofie van Franz Clemens klinkt op papier veelbelovend, maar blijkt in de praktijk niet te werken. Daarom wordt hij ongeschikt bevonden voor de Pruisische staatsdienst.

Moses Mendelssohn

Huwelijk
Minstens zo ingrijpend is het besluit van zijn vader om Franz Clemens geen hoofderfgenaam te maken: een van zijn jongere broers zal het stamslot Herdringen erven. Op 28-jarige leeftijd moet Franz Clemens zijn leven nu helemaal opnieuw inrichten. Op aandringen van zijn broers begint in 1783 een zoektocht naar een geschikte huwelijkspartner voor Franz Clemens. Die wordt gevonden in de 17-jarige Sophie von Ascheberg (1767-1840). Net als Franz Clemens is zij een telg uit een Westfaals adellijk geslacht, zij het dat dit minder aanzien geniet dan de Von Fürstenbergs. Op 24 februari 1784 wordt het huwelijk voltrokken.

Franz Clemens laat zijn schoonmoeder meteen maar weten dat hij het huwelijk ziet als een weg die niet altijd over rozen gaat. Als om die overtuiging kracht bij te zetten verbiedt hij Sophie de omgang met haar vroegere vriendinnen. Een eigen correspondentie voeren is voortaan eveneens taboe. In de geest van zijn ideaal van eenvoudig leven betrekt Franz Clemens met zijn echtgenote een vervallen bijgebouw van Haus Dieck, dertig kilometer ten oosten van Münster. Sophie moet er metselwerkzaamheden verrichten, de stal uitmesten en houthakken. Het personeel mag niet ter kerke gaan en verdwijnt zo nu en dan achter slot en grendel.

Haus Dieck

In 1785 worden Franz Clemens en zijn echtgenote pachters van het veertig kilometer ten oosten van Dortmund gelegen Haus Füchten, dat eveneens sterk is onderkomen. Ze bebouwen de landerijen zelf. Franz Clemens blijft even wispelturig. Zo laat hij de vensters van zijn kasteel dichtmetselen omdat hij bang is voor tocht. En hij ontzegt Sophie medische hulp omdat hij op de natuur vertrouwt en ziekte beschouwt als een straf van god. Ook schrikt hij niet terug voor lichamelijk geweld tegen zijn echtgenote.

Haus Füchten

Dochter
Ondanks alles brengt Sophie op 20 december 1788 een dochter ter wereld, Charlotte. Al na drie weken wordt Charlotte gescheiden van haar ouders: geheel volgens de ideeën van Rousseau vertrouwt Franz Clemens haar toe aan de zorgen van een boerin, woonachtig in de omgeving van het twintig kilometer verderop gelegen Soest. Daar dient Charlotte onder eenvoudige omstandigheden op te groeien. De boerin zou het meisje volgens Franz Clemens natuurlijker kunnen opvoeden, al erkent hij ook dat hij op deze wijze zijn bittern Vattern wil laten zien dat hij eindelijk is opgewassen tegen het leven.

Franz Clemens blijft ondertussen lichamelijk geweld tegen zijn echtgenote gebruiken. Sophie is dat in 1791 – het jaar waarin Franz Clemens naar Huis ter Horst verhuist – zo beu dat ze hem na zeven jaar huwelijk verlaat. Een in die tijd uiterst ongebruikelijke stap, die indruist tegen het katholieke huwelijksrecht. Franz Clemens eist enkele malen dat Sophie bij hem terugkeert. Dat wil ze alleen als hij zijn eigenzinnige levenswijze opgeeft. Franz Clemens weigert categorisch: hij wenst zich niet door zijn eigen vrouw de les te laten lezen – als er íemand voorwaarden dient te stellen, dan is hij dat.

Onder druk van de familie van Franz Clemens volgt in 1798 een nieuwe verzoeningspoging. Sophie krijgt nogmaals aan het verstand gebracht dat ze zondigt tegen het katholieke huwelijksrecht. Bisschop Franz Egon von Fürstenberg, een oom van Franz Clemens, maakt haar duidelijk dat ze niet langer op ondersteuning van de familie hoeft te rekenen als ze de onderhandelingen staakt. Verbitterd schrijft Sophie: ‘Der Gedanke an Noth sollte mich also näher zu einer Aussõhnung stimmen? Elend macht nur niedrige Seelen kriechen.’ Sophie breekt definitief met haar man en keert terug naar Münster.

Franz Egon von Fürstenberg

Daar ondervindt ze opmerkelijk veel steun. Zelfs bij de familie Von Fürstenberg heeft ze het niet helemaal verkorven. Een jongere broer van Franz Clemens stopt haar regelmatig wat toe en Franz Egon von Fürstenberg, die haar eerder zo onder druk heeft gezet, wijst Sophie en haar dochter bij testament een jaarlijkse toelage van tweeduizend daalder toe. Franz Clemens ontvangt niets: zijn keuze voor een filosofische levenswijze betekent volgens zijn oom tevens een keuze voor een leven zonder behoeften.

Intussen hebben Franz Clemens en dochter Charlotte in 1791 hun intrek genomen in Huis ter Horst. Zijn vader Clemens Lothar was in 1754 door vererving in bezit gekomen van het kasteel. Het merendeel van de inboedel had hij laten overbrengen naar slot Herdringen. Huis ter Horst werd bewoond door een rentmeester. Na het overlijden van Clemens Lothar in 1791 wordt Franz Clemens de nieuwe eigenaar.

Huis ter Horst, getekend door Jan de Beijer in 1740

In tegenstelling tot zijn vader vestigt hij zich ook in
Horst. Misnoegd over het feit dat slot Herdringen aan zijn neus voorbij is gegaan, laat Franz Clemens meteen weten in Horst niet te zullen zaaien of oogsten. Hij houdt zich aan zijn woord. Het al eerder ingezette verval van het kasteel voltrekt zich in steeds hoger tempo. Franz Clemens maakt zich daarover weinig zorgen: zodra het ene vertrek onbewoonbaar is geworden omdat hij het niet onderhoudt, verhuist hij naar het andere.

Franz Clemens von Fürstenberg zoals hij zich volgens de overlevering op de markt in Venray vertoonde

Franz Clemens en de inwoners van Horst lagen elkaar niet. De Horstenaren beschouwen hem als een vreemdeling. Ze bespotten zijn dwaze invallen. Constant liggen ze met elkaar overhoop: Franz Clemens daagt tal van inwoners voor het gerecht, soms om de kleinste futiliteiten. Hij staat ook te boek als een autoritair man, nauwgezet toeziend op de naleving van allerlei regeltjes en geprikkeld door het minste of geringste. Over die lichtgeraaktheid zei hij zelf: ‘De een vindt belangrijk wat een ander voor een kleinigheid houdt. Voor mij is het geen kleinigheid wanneer iemand 24 uur van mijn kostbare tijd in beslag neemt, waardoor andere zaken worden opgehouden. En intussen word ik dan toch maar door jan en alleman voor een bedrieger uitgemaakt.’

Als de Fransen in 1798 een einde maken aan de heerlijke rechten, ontvalt aan het toch al tanende gezag van Franz Clemens elke basis. Het aantal rechtszaken met Horstenaren waarin hij verwikkeld raakt, loopt alleen maar verder op. In 1802 raakt hij ook nog eens zijn dochter kwijt: waarschijnlijk op initiatief van de familie Von Fürstenberg en tegen de uitdrukkelijke wens van Franz Clemens komt Charlotte definitief onder de hoede van haar moeder. Charlotte huwt in 1810 met graaf Wilhelm von Westerholt.

Frans Clemens leeft steeds meer teruggetrokken op het verwaarloosde kasteel. Als het echt niet meer bewoonbaar is, neemt hij zijn intrek bij een van zijn pachters. Daar overlijdt hij op 24 februari 1827, 72 jaar oud. Bij testament heeft hij zijn lichaam ter beschikking van de anatomie gesteld, iets wat destijds vrij uitzonderlijk is in adellijke kringen. Zijn kleinzoon Otto von Westerholt (1814-1904) – dochter Charlotte is twee jaar eerder overleden – erft het totaal onderkomen kasteel dat eindelijk wordt verkocht voor afbraak.

De ruïne van Huis ter Horst omstreeks 1910

Zoals gezegd stond Franz Clemens in Horst te boek als zonderling – ‘de gekke graaf’ was z’n weinig vleiende bijnaam. Niet te ontkennen valt dat Franz Clemens bij tijd en wijle abnormaal gedrag vertoonde. Was Franz Clemens gewoon zo gek als een deur of werd hij door zijn tijdgenoten, met inbegrip van zijn naaste familie, uitgekotst vanwege zijn weinig gangbare ideeën en een levenswijze die afweek van de norm? Was hij misschien in bepaalde opzichten z’n tijd ver vooruit?

Bronnen

  • Horst Conrad, ‘Am Ende des Ancien Regime. Familienkonflikte im westfälischen Adel’ in: Werner Frese (red.), Zwischen Revolution und Reform. Der westfälische Adel um 1800 (= Westfälische Quellen und Archivpublikationen; Bd. 24) 113-158
  • Heinz Reif, Adel, Aristokratie, Elite. Sozialgeschichte von Oben (Oldenbourg 2016)
  • Gert Verheijen, ‘Wie was Frans-Clemens von Fürstenberg?’ in: Info LGOG 22 (2012) nr. 47, 33-35
  • G. ter Voert, ‘Verhalen rond Frans Clemens von Fürstenberg, laatste kasteelheer van Ter Horst, in: Horster historiën [1] (Horst 1986) 106-114
Facebook Twitter Mail

Reacties

Ben je bekend met dit onderwerp, weet je er meer over, woon je in de buurt of ben je gewoon geïnteresseerd in de Limburgse verhalen? Laat je reactie achter.