Elisabeth Strouven en Pater Vinck

8 april 2019

08 april 2019Leestijd 9 minuten

Op de hoek van de Maastrichter Brugstraat en de Kersenmarkt lag vroeger het huis “In de Leersse”. De dochter van de meester-schoenmaker die daar mee hielp in de winkel was altijd zeer aardig tegen de klanten. Volgens haar vader te aardig. Maar schoenen beter aanprijzen dan dat ze waren, kreeg ze niet over haar hart.

Ze voelde zich helemaal niet gelukkig in het huis. Haar moeder was al minstens tien jaar geleden overleden en de verplichte naailessen die ze op haar veertiende moest gaan volgen bevielen haar totaal niet. Dus dan maar in de winkel helpen. Met haar stiefmoeder, die al vier kinderen van haar vader had, kon ze ook niet opschieten. Voor het huishouden had ze al helemaal geen talent volgens haar. Niks aan het huiselijke leven in “In de Leersse” was nog naar de zin van Elisabeth Strouven. Bij haar geboorte was al snel gebleken dat ze net zo’n zwak gestel zou hebben als haar moeder.

Die slechte gezondheid leidde tot het overlijden van haar moeder toen Elisabeth net zes jaar oud was in 1606. Het zorgde er wel voor dat ze al snel een liefde voor de medemens – in het bijzonder armen en zieken – kreeg. Op school leidde ze een religieus groepje waar ze deze ideeën verder ontwikkelde.

Rechts het geboortehuis van Elisabeth Strouven, op de hoek van de Kersenmarkt en de Maastrichter Brugstraat, genaamd ‘In de Leersse’. In 1877 werd het huis afgebroken, tegelijk met het aangrenzende ‘Gildenhuis’

Het werk bij haar vader en de slechte verhouding met haar stiefmoeder maakten het duidelijk: Elisabeth zou zich voor de hulpelozen en minderbedeelden inzetten. Ze zou een gasthuis beginnen, gericht op naastenliefde, waar ze samen met anderen van gelijke aard ging samenwonen. Maar ze zocht ook spirituele begeleiding, en een persoon om bij te biechten, die ze vond bij een simpele Franciscaner.

Enkele straten verderop, in het Minderbroederklooster aan de Sint Pieterstraat woonde de jonge pater Servatius Vinck. Hij was naar alle normen de perfecte kloosterling en een goede biechtvader, die bekend stond om zijn toewijding aan God, wiens Woord hij vol ijver verkondigde. Hij stond echter niet op goede voet met de Protestantse bevelhebbers in de stad. Maastricht was in 1632 door de Republiek veroverd op Spanje, waardoor de Protestantse bevolking het voor het zeggen kreeg, ook al werd het katholiek geloof in de openbaarheid getolereerd. 

Eerste Fransiscanerklooster (minderbroedersklooster) in 1843

Pater Vinck waarschuwde de Maastrichtenaren toch vooral niet in de verleidingen van het protestantisme te trappen en het katholieke geloof trouw te blijven. Dat leverde hem meerdere schuine blikken en de permanente aandacht van het bestuur op. Op haar knieën, met haar volledige toewijding aan het gebed, dacht Elisabeth aan het overlijden van haar vorige leidsman, de pater Farzijn, en bij wie zij nu te rade zou moeten gaan. Ze bad God haar dit duidelijk te maken, maar kon alleen maar verbaasd reageren op de openbaring die zij vervolgens kreeg. Zo’n jonge pater, dat kon niet waar zijn.

Pater Vinck

De komende tijd bad zij nog regelmatig om opheldering, maar het antwoord was steevast: Pater Vinck.

Met zeer grote tegenzin ging Elisabeth bij hem voor de eerste keer te rade. Ook al weidden ze beiden hun leven aan God, voor Elisabeth voelde het, zeker in het begin, toch vreemd bij zo’n jonge pater te rade te gaan. Gaandeweg werd zij steeds meer aangespoord zich bij hem te openbaren om uiteindelijk nagenoeg dagelijks een bezoek te brengen.

De inname van Maastricht in 1579 door de hertog van Parma, waarmee de stad tot 1632 onder Spaans gezag viel

Buiten de muren van het klooster speelden zich echter roerige zaken af. De verdreven Spanjaarden zinden op herovering van Maastricht vanuit hun bolwerk aan de Maas, fort Navagne nabij Eijsden. Via infiltranten en omkopingen trachtten zij de inwoners aan Spaanse zijde te krijgen om een herovering succesvol te laten verlopen. Een omgekochte soldaat, Lacourt genaamd, ging echter zijn boekje te buiten met het verdiende smeergeld…

Fort Navagne

Pater Vinck haastte zich door de straten. Het was al een tijdje onrustig in de stad. Her en der werden mensen opgepakt en er gingen geruchten rond over een op handen zijnde Spaanse herovering, zelfs over verraad. Dat zinde hem totaal niet. Enkele dagen geleden was Jan Landsman, een rijke burger van de stad, bij hem langs geweest. Die had het een en ander opgebiecht dat Pater Vinck niet lekker zat. Verhalen over gaten in muren, Spaanse soldaten die ’s nachts binnen zouden dringen. Maar wat kon hij doen? Het biechtgeheim verbood hem deze informatie te delen. Nog enkele straten, dacht hij, dan komt het wel goed.

Toen Elisabeth de deur opendeed was Pater Vinck wel de laatste die ze had verwacht. Hij stond nogal gehaast te kijken en had enkele grote pakken papier onder zijn arm. Na binnenkomst verzocht hij die goed te bewaren en vooral niet te verbranden. Elisabeth was nogal geschokt door die uitspraak. Op haar verbaasde blik antwoorde Pater Vinck: “Ja, jij hebt al vaker zulke dingen verbrand. Dit Latijnse geschrift bevat alles wat je mij tot nu toe verteld hebt. Je vorige leidsman droeg jou ook al op dit zelf op te schrijven, maar dat heb je uiteindelijk verbrand. Bewaar dit dus goed en geef het later ook weer terug!”

Elisabeth Strouven

Elisabeth vond het maar niks. Er was een angstige haastigheid in pater Vincks handelen. Samen met de groeiende onrust in de stad over het vermeende verraad stemde het haar absoluut niet gerust. Haar vermoedens bleken maar al te snel waarheid te worden. Enkele dagen later werd pater Vinck in het klooster opgehaald…

Lacourt, de omgekochte soldaat, was opgepakt en had voor de krijgsraad de rijke burger Jan Landsman aangewezen als hoofdverrader. Die beweerde op zijn beurt tijdens een lange foltersessie eerder zijn verraad bij Pater Vinck opgebiecht te hebben. Reden genoeg voor de commandant om een bezoekje aan de jezuïeten te brengen en de pater voor de krijgsraad te slepen. Bij het verhoor werd hem gevraagd waarom hij het verraad niet had geopenbaard, aangezien hij daarmee misschien wel 15000 zielen had kunnen redden. “Ik zou het nog niet om drie maal 15000 zielen mogen doen”, antwoorde Pater Vinck, wat hem de woede van de kapitein van de krijgsraad op de hals haalde. Maanden aan foltering en ondervraging brak aan, waarbij de pater niets toegaf. Hij wist niets van het verraad af en was er zeker geen onderdeel van. “Vader, vergeef het hen, want zij weten niet wat zij doen’ slaakte hij uit na een foltersessie van zes en een half uur.

De angst nam nu ook bezit van Elisabeth. Het nieuws van Pater Vincks aanhouding en continue opsluiting ontzette haar. Pater Vinck zal sterven, dat wist ze zeker. En daarna zouden ze mogelijk voor haar komen. De Calvariënberg, waar ze inmiddels een klooster-gasthuis runde met andere meelevenden, verzorgde ook Spaanse krijgsgevangenen. Dit kon natuurlijk als hulp aan het verraad worden gezien! De vrees leidde haar ertoe de papieren toch in het vuur te gooien. Toen een tijd later het huis werd doorzocht door de stadscommandant was ze blij dat ze het bewijs had vernietigd. Ze kon maar niet geloven dat Pater Vinck, een zo godvruchtige dienaar Gods, dit leed moest ondergaan. Hij moest sterven voor een verraad waar hij onschuldig aan was, ook al wisten alleen zij en God dat. Maar zo gaat de gerechtigheid in de wereld, dacht ze…

Op 7 juni 1638 werd voor een laatste maal het vonnis voorgelezen. ‘Schuldig aan verraad tegen de Stad Maastricht.’ Pater Vinck stond al in zijn tuniek op het schavot en verklaarde nog eenmaal aan alle toehoorders dat hij niks van doen had met het verraad en dat ze vooral moesten blijven vasthouden aan het ‘voorvaderlijk katholiek geloof, voor welke waarheid hij niet eens, maar wel duizendmaal zijn leven zou willen geven.’

Ronddeel de Vief Köp, omstreeks 1905

‘Maria, Moeder van genade, Moeder van barmhartigheid, bescherm ons tegen den vijand en ontvang ons in het uur van onzen dood’, waren zijn laatste woorden, alvorens de beul hem met het zwaard onthoofde. Als afschrikmiddel werd zijn hoofd, tezamen met die van de ‘medeverraders’ Lacourt, Landsman, de metselaar Caters en broeder Nottin op een staak richting de Maas gezet op het ronddeel ‘De Drie Duiven’ in de stadswal. Het gebied zou vanaf dan bekend komen te staan als de Viëf Köp.

De originele staak met aanduiding van namen
De nieuw geplaatste staak, 2019

Of Elisabeth getuige is geweest van de onthoofding, of ook maar in de buurt durfde te komen van het ronddeel, vermeldt ze niet in haar autobiografie. Waarschijnlijk zal ze het niet aangedurfd hebben om de man die in de afgelopen jaren langzamerhand haar vertrouwenspersoon en biechtvader was geworden, zo te zien. Het was een noodlottig en onverdiend einde en hoewel ze hem steeds meer in vertrouwen nam, had ze nooit aangedurfd om hem alles te vertellen. Zou er ooit weer een Pater Vinck langs komen?

De onthoofding van de ‘verraders’, met Pater Vinck linksboven afgebeeld

Ze zou haar werk op de Calvariënberg onvermoeid voortzettens, gesterkt door het geloof in het goede en de hulp voor de minderbedeelden. Gerechtigheid kreeg je niet van de wereld, je moest er zelf voor strijden en hopen dat God je strijd erkende en voorthielp. In de volgende jaren hoopte ze op erkenning voor de Calvariënberg als regulier klooster door de kerk. Vlak voor haar dood gebeurde dat alsnog. Gerust blies ze haar laatste adem uit met de wetenschap dat haar werk zou worden voortgezet in de geest van hetzelfde Bijbelse principe waar ze haar hele leven naar heeft proberen te leven: ‘Je zult je naaste liefhebben zoals jezelf.’

Kapel van het Calvarieklooster, tekening omstreeks 1850
De Pater Vincktoren, omstreeks 1925

Bronnen

- Berk, van den, Ladislaus, Pater Servatius Vinck, of de martelaar van het biechtgeheim te Maastricht. (1638.) in: Welters, H., Limburgsche legenden, sagen, sprookjes, en volksverhalen. Deel 1 (1875), 115-121, via https://www.dbnl.org/tekst/welt004limb02_01/welt004limb02_01_0059.php [geraadpleegd 03-01-2019].
- Goossens, Judith, Crouzen, Ber, Kentgens, Marc (red.), In de geest van Elisabeth Strouven. Uitgave ter herinnering aan haar 350ste sterfdag (Maastricht 2011).
- Strouven, Elisabeth (bewerkt door Olaf Timmers), Het leven van de eerwaarde moeder Elisabeth Strouven, stichteres en eerste moeder van de religieuzen van Calvarienberg binnen Maastricht, door haarzelf beschreven om te gehoorzamen aan haar biechtvader (Weert 19XX) 391-403.
- Ubachs, Pierre, Evers, Ingrid, Tweeduizend jaar Maastricht. Een stadsgeschiedenis (Zutphen 2006).

Facebook Twitter Mail

Reacties

Ben je bekend met dit onderwerp, weet je er meer over, woon je in de buurt of ben je gewoon geïnteresseerd in de Limburgse verhalen? Laat je reactie achter.