Let op: vanwege de enorme belangstelling kunnen tickets voor 50 Jaar Thielen alleen nog via tijdslots gekocht worden, ook met Museumkaart.

Voorkom lang wachten aan de balie en bestel je tickets online. Naar de webshop.

De keizer in Limburg

Erfgoedverhalen van Limburg

08 april 2019Leestijd 11 minuten

Het was voor hem te ongeloofwaardig om waar te zijn. Hoe hadden ze dit besluit kunnen nemen? Zelfs met de dreiging van overlopende troepen en oprukkende bolsjewisten kon dit niet anders dan hoogverraad zijn.

Net toen hij zijn eigen antwoord op aan het stellen was, hij zou aftreden als keizer, maar als koning van Pruisen bij zijn troepen blijven staan, werd door prins Max von Baden het bericht de wereld ingestuurd dat hij, keizer Wilhelm, en zijn zoon, de kroonprins van het Duitse keizerrijk, beiden waren afgetreden. Dagenlang was hij al in bespreking met zijn naaste adviseurs en generaals. De een sprak de ander tegen, terwijl die de volgende weer voor gek verklaarde. Het enige waar ze het over eens waren was dat Duitsland de oorlog had verloren. Wat de volgende stap zou zijn, konden ze niet vaststellen.

Generaal Hindenburg, Keizer Wilhelm II en generaal Ludendorff in het mobiele Grote Hoofdkwartier, 1917

Hoewel hij niet wilde vluchten, wilde hij ook niet opgepakt worden of sterven. Nee, dan maar een veilig heenkomen zoeken. Een dat dichtbij was en in principe niet slecht gezind stond tegenover hem. Ook een land waar, mocht de revolutie daar uitbreken, dan wel in veel mildere vorm zo geloofden zijn raadgevers heilig. Kortom, Nederland was de enige reële uitwijkoptie. In de vroege ochtend van 10 november vertrokken ze per trein van Spa richting Luik en de Nederlandse grens. Na een kort stuk gereisd te hebben werden zijn officieren echter onrustig, bang om bij Luik in de kraag gevat te worden. Haastig werden ze allemaal overgezet naar auto’s en vervolgden hun reis naar de grensovergang. Bij de schemering van de opkomende zon doemde de met prikkeldraad afgeschermde grensovergang op. Na een kort onderhoud met de Beierse troepen aan deze kant van de grens werd dan snel genoeg de slagboom geopend. Keizer Wilhelm reed neutraal gebied in. Het was lang geleden dat hij dergelijke opluchting gevoeld had.

De colonne auto’s waarmee de keizer zijn ontsnapping maakte

Van dit alles had sergeant Pinckaers van het 48e Landweer Bataljon geen idee. Hij was belast met het bewaken van grenspost Withuis nabij Eijsden en niks had hem de afgelopen dagen doen vermoeden wat hem vandaag zou overkomen. Dat alles veranderde toen er negen auto’s aan de grens verschenen. Nog slaperig vroeg Pinckaers zich af wat dit te betekenen zou kunnen hebben. Toen er een militair gezelschap uitstapte begon hij het toch stiekem benauwd te krijgen. De officier die het woord nam maakte direct veel duidelijk. “De keizer van Duitsland, Wilhelm II, wilt geïnterneerd worden. De Nederlandse regering is hiervan op de hoogte.” Dat was nog eens een boodschap om je ochtenddienst mee te beginnen, moet Pinckaers gedacht hebben. Hij wist echter  nergens van en gezien de ernst van de situatie leek het hem beter zijn superieuren in te lichten. Of de keizer even aan de grens wilde wachten, bitte? Pinckaers vloog op zijn fiets richting de nabijgelegen zinkwitfabriek, het eerste gebouw met een telefoonverbinding in de buurt, hopende dat hij Majoor van Dijl te pakken zou kunnen krijgen…

De keizer ijsbeert over het perron te Eijsden

Terwijl hij door de dauw van de morgen naar zijn auto liep dacht George Bauduin, Districtscommandant van de Marechaussee te Maastricht aan het bericht dat hij zojuist ontvangen had. De Duitse keizer zou aan de grens staan en om asiel gevraagd hebben. Tijdens de autorit naar Eijsden kon hij alleen maar bedenken hoeveel problemen dit zou kunnen opleveren. De geallieerden wilden uiteraard een hartig woordje met de keizer spreken. In de omgeving waren de gevolgen van de Grote Oorlog goed gevoeld. Maastricht en omgeving liepen vol met Franse en Belgische vluchtelingen en gewonden die een veilig onderdak zochten. Nee, deze situatie was allerminst ideaal.

G.J.D. Bauduin


Aangekomen bij de Nederlands-Belgische grens besefte Bauduin dat de toestand verergerd was. De keizer was met zijn hele gevolg door Majoor Van Dijl over de grens gelaten, om daar in comfortabelere omgeving het besluit van de Nederlandse regering af te wachten. Dat besluit, besefte Bauduin, moest nu wel positief uitvallen voor de keizer, aangezien hij al op Nederlands grondgebied stond. Hij zou het ontraden hebben. Inmiddels was verzocht om de keizerlijke trein, die reeds tot Visé was gekomen, ook toe te laten. De regering, nog druk discussiërende over hoe de ontstane situatie op te lossen, stond dit toe, mits deze vlakbij de grens bleef staan. Zodra dit gebeurd was nam de keizer met zijn gevolg direct plaats in de salonwagens en liet hij zich verder niet meer zien.

De officieren uit Maastricht die als wacht optraden bij de keizerlijke trein

Nadat Bauduin de omgeving tot rust had gebracht (de toegestroomde dorpelingen en vluchtelingen lieten niet na de keizer duidelijk te maken wat ze van hem vonden, met verwensingen als ‘Kamerad Kaputt’, ‘Vive la France’ en ‘Mörder!) en had toegezien op de nodige veiligheidsmaatregelen, werd hij uitgenodigd om, samen met Kolonel van der Pol, een bezoek te brengen aan de keizer in zijn wagon.

De keizerlijke trein te Eijsden

Bij binnentreding in de wagon wachtte hem een indrukwekkend aanzicht. De keizer zat aan een tafel, in vol ornaat, met om hem heen een groot aantal officieren, allen in uniform. De keizer begroette hem hartelijk, en bood koffie aan. De keizer begon een zeer opgewekt gesprek en leek totaal niet terneergeslagen, hij was zelfs vol lof over de moed en het uithoudingsvermogen van zijn soldaten. Het verlies lag bij de verspreiding van zijn leger over heel Europa, maar bovenal bij het verraad van de socialisten en communisten in eigen land. Tijdens de monoloog van de keizer had Bauduin maar voor een ding aandacht. Zijn blik ging constant naar de rechterhand van de keizer. Die bleef tijdens het gesprek, vooral bij het maken van grote gebaren, continu beven.

Naast die grootse woorden sprak de keizer in de meest luchtige termen over zijn hobby’s, interesses en wat hij van plan was te doen bij zijn verblijf in Nederland. Misschien zou hij Wilhelmina wel om een baantje met betrekking tot de waterstaatswetenschap vragen, een onderwerp waar hij al langere tijd wat voor voelde. Bauduin schoot opeens de beschrijving van de keizer door Graf Osten Sachen te binnen: ‘Zijne majesteit de keizer is charmant, en heeft alles wat verleidelijk is in een man. Maar als soeverein is hij heel gevaarlijk, ook zonder iemand echt pijn te willen doen. Hij is incoherent! God houdt hem bij je…’ Treffender had Bauduin het zelf niet kunnen verwoorden. Uit alles bleek dat de keizer zichzelf niet als de schuldige van het vier jaar durende conflict, dat miljoenen doden en gewonden als uitkomst had, zag. Toen ze van elkaar afscheid namen zei hij dan ook nog: ‘Ich hatte keine Lust mich vom ersten besten Halunken [schurken] tod schiessen zu lassen.’ Zijn vlucht was dus, zo voelde Bauduin aan, zeker uit angst voortgesproten.

Meer dan tweehonderd kilometer verderop, in het politiek onrustige Den Haag, werd flink gediscussieerd over de ontstane situatie. De keizer had asiel aangevraagd in Nederland. Sterker nog, hij was al door lokale militairen de grens overgelaten. Charles Ruijs de Beerenbrouck, op dat moment net een maand aangesteld als minister-president, zat met de handen in het haar. Datzelfde voorjaar was hij geïnstalleerd als Gouverneur van Limburg, en de vraag of hij minister wilde worden was hem zwaar gevallen. De verantwoordelijkheid die hij voor zijn provincie voelde, wilde hij niet zomaar uit handen geven.

Jhr. Minister-President Charles Ruys de Beerenbrouck

Vanuit Limburg was sterk invloed op hem uitgeoefend om de ministerspost niet te aanvaarden. Er waren op eigen grond immers problemen genoeg. Er waren veel troepen gelegerd aan de grenzen, grote aantallen vluchtelingen en gewonden en Limburg voelde zich ingeklemd tussen Duitsland en het door Duitse troepen bezette België. Kortom, Limburg zat hem diep.

Al gauw na zijn aantreden kreeg de regering veel te doen met Limburg. Naast de aanwezigheid van de Duitse keizer op Nederlandse bodem, trokken Duitse troepen door Limburg terug uit België, op weg naar huis. Het was duidelijk voor hem dat na vier jaar neutraliteit de Eerste Wereldoorlog nu dan toch echt aan de deur stond. De beslissing over het toekennen van asiel was dan ook geen eenvoudige. De reactie van de geallieerden bij toekenning zou duidelijk zijn. Daartegenover stond het feit dat de keizer al feitelijk was binnengelaten. Onder andere door aandringen van koningin Wilhelmina, moest Ruijs de Beerenbrouck toegeven aan de eis. De keizer werd formeel asiel verleend en de troepen die door Limburg trokken werd dat toegestaan mits ze de wapens inleverden. Hoe zeer hij Limburg ook lief had, hier moest hij wel toegeven, in de hoop erger te voorkomen.

 

Artikel in de New York Times over de geallieerde onvrede nadat Duitse soldaten werd toegestaan door Limburg naar huis te keren (klik op de afbeelding om deze te vergroten)

Ondertussen had koningin Wilhelmina, zonder haar regering in te lichtten, zich ingezet voor een vrede tussen Duitsland en de geallieerden of, bij het falen daarvan, een veilige plaats voor de keizer om naar toe te vluchten. Terwijl ze zorg droeg voor de spoedige en vooral discrete overbrenging van keizerlijke koffers naar Kasteel Amerongen, en haar adjudant –generaal J.B. van Heutsz een ‘werkbezoek’ bracht aan het keizerlijk hoofdkwartier te Spa, zou ze later stug volhouden dat het verschijnen van de keizer aan de grens haar totaal had verbaasd.

Sigurd von Ilsemann, persoonlijke vleugeladjudant voor de keizer vond de berichtgeving maar onheilspellend. Uit de afwachtende houding van de Nederlandse regering kon alleen maar blijken dat ze mogelijkerwijs niet toe werden gelaten. Welke opties hadden ze dan nog? De keizer vielen ze maar niet te veel lastig met deze problemen. Nee, zolang er geen bericht was, zou hij de keizer niet onnodig ongerust maken. Na bijna een hele dag te hebben moeten wachten, en pas kort voor middernacht werd hen allen medegedeeld dat de keizer asiel werd verleend. Opgelucht, maar doodmoe gingen ze allemaal naar bed. Morgen wachtte hen een lange reis.

Sigurd von Ilsemann in 1920

De trein denderde zonder vertraging of stoppen door het Zuid-Limburgse landschap. Sigurd was blij dat ze station Maastricht snel hadden kunnen verlaten, aangezien het gejoel en gefluit onverdraagbaar was voor hem. Waarom hadden ze ons dan niet ’s nachts kunnen laten reizen? Toevallige omstanders zagen de keizerlijke salons voorbij stomen, zonder een glimp van de keizer of het gevolg op te vangen. Tot ze in Roermond aankwamen. Het bericht dat Wilhelm II per trein naar Amerongen  onderweg was had snel de ronde gedaan. De verslaggever van de Telegraaf haastte zich naar het station maar merkte dat ‘ie niet de enige was. Terwijl hij zich naar voren duwde, merkte hij dat het gehele emplacement was afgesloten. Alle militaire autoriteiten in de stad waren aanwezig. De marechaussee, geholpen door verder politiepersoneel, had het terrein ontoegankelijk voor publiek gemaakt. Hoe ze het ook probeerden, ze kwamen er niet op, ze kregen niks te zien. Na een oponthoud van twintig minuten klonk de fluit van de stoomtrein schel door de lucht. De wielen kwamen in beweging. Om kwart over 11 was de trein niet meer te zien. De keizer was alweer verder getrokken.

Ook in Venlo hield het keizerlijk gezelschap het bezoek zo kort mogelijk. Meer dan tien minuten zal de trein niet hebben stilgestaan, meende de Venlose journalist. In die korte tijdsperiode werden alleen enkele leden van de hofhouding gezien door de portierraampjes. De stationschef doorliep samen met zijn officieren de trein. In het voorste gedeelte troffen zij Duitse officieren en militairen aan, de begeleiding van de keizer. Helemaal achterin zat uiteindelijk de keizer, met rond om hem heen zijn hofhouding. Ondertussen stroomde ook in Venlo de omgeving vol. Er was een mensenmassa op de been aan het station, langs de gehele spoorweg tot aan de Maasbrug en nog verder. Iedereen wachtte gespannen af wanneer de stationschef weer naar buiten zou komen, en of ze dan ook een glimp konden opvangen. Uiteraard begeleid door verwensingen.

De Duitse gründlichkeit gebood echter geen verder oponthoud. Na de plichtplegingen van de stationschef, die nog geen tien minuten duurden, werd de reis alweer voortgezet. Alweer liet de keizer zich niet zien. Hij vond het wel prima. Hij liet Limburg, en de schande van de oorlog achter zich.

Sigurd (derde van links) en de voormalige keizer (tweede van rechts) vlakbij Huis Doorn

Bronnen

Literatuur
- Sigurd von Ilsemann, Der Kaiser in Nederland. Aan tekeningen van de laatste vleugeladjudant van Keizer Wilhelm II uit Amerongen en Doorn (Baarn 1968).
- J.H.M. Wieland (red.), De gouverneurs in de beide Limburgen, 1815-1989 (Maastricht 1989).
- Chris van der Heijden, Grijs Verleden: Nederland en de Tweede Wereldoorlog (Amsterdam 2001).
- Beatrice de Graaf, ‘Vorstin op vredespad. Wilhelm II en Wilhelmina en het einde van de Eerste Wereldoorlog’, Tijdschrift voor Geschiedenis 131 (4, 2018), 577–604.

Krantenartikelen
- ‘De Keizer in ballingschap’, De Telegraaf (12-11-1918).
- ‘De Ex-Keizer. Een historisch moment’, Nieuwe Venlosche Courant (12-11-1918).
- ‘Toen de Keizer naar Nederland vluchtte’, Limburger Koerier (8-11-1935).

Primaire bronnen
- Regionaal Historisch Centrum Limburg, Persoonlijk verslag van G.J.D. Bauduin over de aankomst van de Keizer te Eijsden (ongeïnventariseerd).

Facebook Twitter Mail

Reacties

Ben je bekend met dit onderwerp, weet je er meer over, woon je in de buurt of ben je gewoon geïnteresseerd in de Limburgse verhalen? Laat je reactie achter.