Christiaan Hesen (Rowwen Hèze)

19 april 2019

08 april 2019Leestijd 12 minuten

lat meej mar drinke wat ik drink
lat ze mar proate oaver meej
lat ze mar zegge dat ik stink
dat giet vanzelf wal wir vurbeej

gen gezeik gen probleem
of ik wat mier of minder neem
of wat zuj ik vandaag nog motte eate
ik heb alles bij de hand
mien eige zon mien eige land
miene boem mien wolke en mien sterre

Rowwen Hèze – Rowwen Hèze (1993)

Het nummer ‘Rowwen Hèze’ van Rowwen Hèze verscheen in 1993 op CD-single

Donderdag 9 februari 1899, 13.00 uur, America, een gehucht aan de rand van de Peel dat net een beetje tot ontwikkeling begint te komen. Bernard Krijn en zijn echtgenote Anna zijn uithuizig. Uit voorzorg hebben ze het hok waarin ze hun turf bewaren afgesloten met een hangslot – turf wil nog wel eens worden gestolen. Het hangslot hebben ze bevestigd aan een ketting die is verbonden met de deurpost. Hangslot en ketting of niet, een twaalfjarig meisje en haar tienjarig broertje weten het hok toch binnen te glippen. Vlugvlug vullen ze de zakken die ze meegenomen hebben met turf en maken zich daarna snel uit de weg.

Zaterdag 18 februari 1899, 16.30 uur, America. Veldwachter Hendrik Snijders betrapt bij het turfveldje van Jan Hermans in de Peel een twaalfjarig meisje en haar tienjarig broertje op heterdaad op het stelen van turf van Jan Hermans.

Dinsdag 7 maart 1899, 11.30 uur, America. Veldwachter Hendrik Snijders betrapt op heterdaad een twaalfjarig meisje en haar tienjarig broertje op het stelen van twee houten palen die een weiland van Pieter Geurts, boer uit Meterik, afsluiten.

Hoefden dat twaalfjarig meisje en haar tienjarig broertje op donderdagmiddag en dinsdagochtend dan niet op school te zitten? Nee. America mocht dan wel sinds 1888 een openbare lagere school hebben, de leerplicht werd pas in 1901 ingevoerd. Maar zelfs daarna stuurden veel ouders hun kinderen niet naar school. En zeker niet in De Peel, waar armoede heerste en kinderarbeid vaak bittere noodzaak was om het hoofd boven water te kunnen houden.

De lagere school in America aan het begin van de twintigste eeuw

Wie steeds die stelende broer en zus zijn? Anna en Pieter Hesen. Samen met hun vader Christiaan, de zusjes Johanna (14) en Nel (5) en broer Gerard (7) wonen ze in een plaggenhut aan de rand van de Peel. Hun moeder, Maria Scheeres, is in 1896 op 39-jarige leeftijd overleden. Waarom Anna en Pieter telkens op dievenpad zijn? Veldwachter Hendrik Snijders: ‘Daar Christiaan Hesen zelf geen turf of andere brandstof heeft en dus niets te stoken heeft moeten genoemde kinderen iederen dag uit om in de behoefte van brandstof te voorzien hetgeen ten gevolgen heeft dat zeer vele klachten over gepleegde diefstallen van turf of anderszins geschieden.’ Christiaan zet z’n kinderen aan tot diefstal, zodat hij en z’n gezin de winterse kou kunnen doorstaan. Bewijs van de daders valt slechts een enkele keer te leveren. Bovendien verzwijgen gedupeerden de brandstofdiefstal vaak uit medelijden met de kinderen.

De geboorteakte van Christiaan Hesen

Wie is die Christiaan Hesen? Hij wordt op 19 mei 1853 in Horst geboren als zoon van dagloner Jan Hesen en Petronella Lucassen. Christiaan is de jongste van acht kinderen. Met z’n 1,61 meter is hij zelfs voor die tijd betrekkelijk klein van stuk. Z’n dikke neus en ronde kin maken hem tot een markant figuur. Hij huwt op 30 november 1883 in Horst met de drie jaar jongere, in Roggel geboren Maria Scheeres. Kort daarna verhuist het echtpaar naar America en sticht een gezin. Het vertrek naar America houdt mogelijk verband met de beschikbaarheid van werk. America is een dorp van veenarbeiders dat pas enkele decennia bestaat.

Beschrijving van het uiterlijk van Christiaan in het plaatselijke militieregister


Door verbeterde landbouwmethoden en de uitvinding van kunstmest vinden in de loop van de negentiende eeuw vanuit Horst kleinschalige ontginningen plaats van de immense heidevelden in de Peel. Die gaan bijna altijd gepaard met de bouw van boerderijen. De ontwikkeling van America tot dorp hangt ook samen met de aanleg van de spoorlijn Venlo-Eindhoven. Op de plaats waar een karrespoor de spoorlijn kruist, wordt in 1866 een wachtpost gebouwd. Daarna ontstaat bij Wachtpost 16 een dorpskern, met onder meer een school (1888), een kerk (1892) en een bakkerij met maalderij, winkel en café (1892). Werk is vooral te vinden in het naburige Griendtsveen, waar op grote schaal turf wordt gewonnen en verwerkt, onder impuls van de familie Van de Griendt.

Turfschepen in Griendtsveen omstreeks 1900

Of ook Christiaan Hesen als veenarbeider heeft gewerkt? Vermoedelijk wel. Maar Christiaan is vooral iemand van twaalf ambachten, dertien ongelukken. Nu eens werkt hij als dagloner, dan weer als boerenknecht, dan weer als bouwvakker, dan weer als wegenbouwer. Vast werk gedurende langere tijd zit er niet in voor hem. Zou dat misschien iets te maken kunnen hebben met zijn levenswijze? Christiaan drinkt. En niet zo’n beetje ook. Het weinige geld dat hij verdient gaat op aan drank. Een buurtgenoot herinnert zich later: 'Na de hoogmis om tien uur 's morgens ging Hesen meestal naar het café van Heldens Grad of van Kloas Kennis. En als wij dan 's middags naar het lof gingen, vonden we hem vaak liggend in de slootkant. Met een flink stuk in de kraag.' Een andere buurtgenoot: 'Menigmaal werd hij door veldwachter Snijders opgepakt wegens openbare dronkenschap en in het spuitenhuisje van de brandweer ingesloten om zijn roes uit te slapen.' 

In een dronken bui brengt hij eens de tienjarige Petronella van Helden een vuistslag toe, waardoor het meisje met haar hoofd tegen een karrewiel valt. De rechter veroordeelt hem tot drie dagen cel – zijn dronkenschap geldt als verzachtende omstandigheid. Omdat hij door zijn drankmisbruik vaak niet in zijn levensonderhoud kan voorzien, ontvangt hij ook regelmatig steun van het burgerlijk armbestuur van Horst. Na het overlijden van z’n vrouw Maria gaat het van kwaad tot erger met Christiaan. Talrijk zijn de anekdotes over zijn onconventionele levenswijze. Een buurtgenoot: 'Hij groef bij boeren de dode beesten op die aan een of andere ziekte gestorven waren. Je mocht het vlees dan niet meer eten, maar hij at het wél.' Volgens de overlevering neemt hij soms dode kippen mee die hij op boerenerven vindt. Ook met stropen scharrelt hij wat bij: 'Hazen en konijnen die hij met zijn valstrikken in de Peel had gevangen, stopte hij eerst veertien dagen in de grond voordat hij het vlees gebruikte.'

In maart 2019 verscheen Icoon, een roman over het leven van Christiaan Hesen van de hand van Jan Philipsen, voormalig bassist van de band Rowwen Hèze
Het plein voor de kerk in America aan het begin van de twintigste eeuw

Met de hygiëne neemt Christiaan het niet zo nauw. Een buurtgenoot: 'Als hij 's morgens opstond, was het eerste dat Hesen deed in de put plassen. Uit dezelfde put haalde hij het water om te drinken. En hij waste zich nooit ofte nimmer. Die oude man was zo afschuwelijk vies.' Christiaan heeft de gewoonte om pruim­tabak te kauwen en het tabakssap om de paar minuten met een flinke straal uit te spugen. Als iemand daar iets van zegt, laat Chris­tiaan het sap door zijn stoppelbaard naar beneden drijven in zijn gulp. Zijn broek, die net als de rest van z’n kleding vol gaten zit, houdt hij omhoog met ijzerdraad. De uiterlijke verschijning van Christiaan is angstaanjagend. Een buurtgenoot: 'In zijn jonge jaren had hij bij het kappen van hout zijn rechter oog verlo­ren en de lege oogholte, die altijd vol stof en ongedier­te zat, joeg alle kinderen in de buurt schrik aan.' 

De voor zover bekend enige foto van Christiaan

Angstaanjagend, stropend, drinkend, vervuild. Dit levert Christiaan de bijnaam Rowwen Hèze (‘Ruwe Hesen’) op. Maar hoezeer Christiaan ook afwijkt van de gangbare normen en waarden, volgens zijn voormalige buurtgenoten is hij geen ver­schoppe­ling: 'Als buur kon je je echt geen betere wensen. Hij stond altijd voor je klaar. Hij legde niemand een strobreed in de weg.' Dat hij niet wordt verstoten komt mede omdat hij bloed kan stelpen, pijn bij brandwon­den kan wegnemen en uitkomst biedt als iemand zijn enkel of pols had ver­stuikt. 'Als iemand een ongeluk had gehad op het land of zich thuis had verbrand, werd snel iemand naar de Rowwen Hèze gestuurd en geen minuut later was het slachtoffer van zijn pijn bevrijd.' De hulp van Chris­tiaan wordt ook ingeroepen als een bevalling op handen is. 'Als er iemand een kindje kreeg, moest de aan­staande vader de vroed­vrouw in Horst halen met paard en wagen. Omdat de mensen in de Peel bang waren voor heksen en spoken, vroe­gen ze of de Rowwen Hèze meeging. Die was nergens bang voor.'

De behuizing van Christiaan en z’n kinderen is een jarenlange steen des aanstoots voor de gemeente Horst. De plaggenhut aan de rand van de Peel is opgetrokken van heideplaggen. De ‘vloer’ bestaat uit zwart zand. Een jutezak vormt de deur. In Om de school, een roman uit den schoolstrijd (1913) beschrijft H.H.J. Maas (1877-1958) de plaggenhutten in de Peel waarvoor die van Christiaan Hesen model gestaan zou kunnen hebben: 'Er was geen vloer in die huisjes, de lage vertrekken hingen vol stank, stoelen ontbraken er, de mensen zaten er op kisten of een baktrog, het zag er alles vuil en vettig uit.

De behuizing van Christiaan was regelmatig onderwerp van gesprek in de gemeenteraad van Horst (bron: Nieuwe Venlosche Courant)

Een walging steeg hem [hoofdpersoon Karel van Leeuwen] naar de keel, als hij de vieze slaapstee zag, met een hoop rommel en vodden als beddegoed, in een vertrekje vol vochtige, zwammerige, muffe lucht, van vee, veevoer, mest en vuil water, op de “voorstal” of achter de “goot”. Het bedstro, dat er jaren bleef zitten en door de muizen was kort geknabbeld, was door vocht en onder de lijvenzwaarte gelegen tot een vaste massa. De ratten sprongen over het bed heen. De mensen zagen er even verslonsd uit, aten vies en spraken dom en ruw. Hij zag midden op de tafel een pot met eten staan, allen aten daaruit en praatten met volle kauwmonden over koeien en varkens.'

Met zijn plaggenhut, die op geen enkele manier voldoet aan de eisen in de in 1901 ingevoerde Woningwet, haalt Christiaan in 1910 zelfs de krant. De Nieuwe Venlosche Courant spreekt over een 'getimmer' dat onbe­woonbaar verklaard moet worden. Raadslid Van Daal is ervan overtuigd dat de hut 'vol ongecijfer' zit. Herhaalde pogingen van de gemeente Horst om de behuizing onbewoonbaar te verklaren, mislukken. Uiteindelijk wordt de hut in 1911 afgebroken en opnieuw opgebouwd, maar dan in steen. Christiaan draagt het eigendom over aan de gemeente. Omstreeks 1920 trekt hij in bij zijn jongste dochter Nel. Zij ­bewoont met haar echtgenoot Willem Klin­ken­berg een optrekje in de buurt dat als 'planken hut' te boek staat. Eind 1929 verhuizen Nel, Willem en Christiaan naar Tegelen. Daar overlijdt Christiaan op 5 febru­ari 1947 's avonds om half twaalf op 93-jarige leeftijd.

Aan een leven van bittere armoede en eeuwige ellende is een einde gekomen. Christiaan blijft nog even voortleven in het collectieve geheugen van America en raakt vervolgens in de vergetelheid. Daaraan wordt hij ontrukt als in 1985 vier jonge mannen in America besluiten een band op te richten. Een naam is snel gevonden: Rowwen Hèze. Met dialectnummers viert de band triomfen op binnen- en buitenlandse podia. Met een aan de naamgever van de band gewijd nummer maakt Rowwen Hèze Christiaan Hesen in 1993 definitief onsterfelijk.

'Blieve loepe’ de eerste CD van Rowwen Hèze

Terug naar het begin, naar Anna en haar broer Pieter. Hoe het met hen afliep na de diefstallen in de winter van 1899? Slecht, in elk geval met Pieter. Na hun vergrijpen belanden ze in de gevangenis in Roermond en moeten ze voor de rechtbank verschijnen. Omdat ze allebei nog geen zestien zijn, ontslaat de rechter hen van verdere rechtsvervolging. Wel moeten ze tot hun achttiende naar een rijksopvoedingsgesticht. Christiaan wordt uit de ouderlijke macht ontzet. Pieter gaat in mei 1899 naar een gesticht in het Overijsselse Avereest, Anna naar een gesticht in het Utrechtse Montfoort. De drie andere kinderen worden drie maanden later van hun vader gescheiden.

Aan de Slengweg in America is op de plek waar ooit de plaggenhut van Christiaan stond een klein monument verrezen

Als Pieter na zijn achttiende weer bij zijn vader intrekt, zet Christiaan hem opnieuw tot stelen aan. Pieter ontvreemdt spoorbielzen die zijn vader vervolgens ge­bruikt als brandhout. Als beloning voor de diefstal krijgt Pieter van z’n vader sigaren, zo heeft getuige Johanna Kleuskens Christi­aan tegen zijn zoon horen zeggen: 'Voor ieder bils die gij thuis brengt­, geef ik 3 siga­ren.' De recht­bank veroordeelt Christiaan wegens heling tot twee maanden gevangenisstraf. Met Pieter loopt het veel slechter af. Nadat hij in 1912 een stuk bos in America in brand heeft gestoken, wordt hij krankzinnig verklaard. Op 3 september 1912 verleent de arrondissementsrechtbank in Roermond toestemming om hem te laten opnemen in een gesticht. Na een verblijf van twee maanden in een inrich­ting in Medemblik, wordt Pieter eind 1912 overgebracht naar het Sint-Servatius­gesticht in Venray. Daar overlijdt hij op 6 augus­tus 1918 op 29-jarige leeftijd.

Bronnen

  • Peter Heesen, 'De legende van de Rowwen Hèze' in: Dagblad voor Noord-Limburg, 18 april 1992
  • H.J. Maas, Om de school, een roman uit den schoolstrijd (Zaltbommel 1913)
  • Wim Moorman, ‘Rowwen Hèze, een leven in de marge’ in: Leonie Cornips en Barbara Beckers [redactie], Het dorp & de wereld. Over 30 jaar Rowwen Hèze (Nijmegen 2015) 97-100
  • Wim Moorman, ‘Rowwen Hèze, een leven in de marge’, De Maasgouw 119 (2000) 311-320
  • Bert Poels, Mémoires. Vriend en vijand (Venlo 1977) 21
  • Vefie Poels, 'Rowwen Hèze' in: Van 16 naar America 1891-1991. Een greep uit de geschiedenis van 100 jaar America (America 1991) 114-115
  • cd Station America (1993) van Rowwen Hèze met het nummer Rowwen Hèze
  • Gemeentearchief Horst (GAH), archief van het gemeentebestuur, inv. nrs. 326, 1561, 2080, 4082, 4538, 4636, 5097, 5098, 5100, 5106, 5109, 5963, 5964; archief van het burgerlijk armbestuur, inv. nr. 5309
  • Regionaal Historisch Centrum Limburg, archief van het kantongerecht Horst 1842-1879, inv. nr. 11, nr. 16; archief van de arrondissementsrechtbank Roermond 1842-1924, inv. nr. 55, rol nr. 472, nr. 86, rol nr. 156, inv. nr. 111, rol nr. 474, inv. nr. 194B, 1912, rol. nr. 548 en inv. nr. 300, rol nr. 472; archief van het kantongerecht Venlo 1842-1930, inv. nr. 168, rol nr. 501
  • Nieuwe Venlosche Courant 23 juli 1910, 22 oktober 1910
Facebook Twitter Mail

Reacties

Ben je bekend met dit onderwerp, weet je er meer over, woon je in de buurt of ben je gewoon geïnteresseerd in de Limburgse verhalen? Laat je reactie achter.