Twee werken Armand Bouten verworven

30 oktober 2015

Het Limburgs Museum heeft twee bijzondere aanwinsten verworven van Armand Bouten (1893-1965).

Het betreft een houten beeld, dat eerder te zien was in de overzichtstentoonstelling die het Groninger Museum in 2008 aan leven en werk van Bouten wijdde. Het tweede werk is een schilderij, getiteld Melksters met koeien. Museumdirecteur Jos Schatorjé is verheugd met de aanwinsten: “Werk van  Armand Bouten staat hoog genoteerd in ons collectiebeleidsplan. Hij is een interessante kunstenaar, die uit Limburg komt, er al op jonge leeftijd is vertrokken en na zijn dood Europese betekenis heeft gekregen”. Het schilderij Melksters met koeien is ooit in Venlo te zien geweest. Schatorjé: “In 1924 was er een groepstentoonstelling van Venlose kunstenaar in een zaal van het destijds bekende horeca-etablissement National. De inzending van Armand Bouten, waaronder deze melksters, werd gekraakt door de criticus van de lokale krant. Een saillant detail: National lag tegenover de plek, waar nu het Limburgs Museum staat.”

 Kabinetpresentatie te zien vanaf 20 november

Op de vijftigste sterfdag van de kunstenaar, 20 november aanstaande, worden deze recente aankopen voor het eerst tentoongesteld. Ze worden gepresenteerd met werken van Bouten uit een particuliere collectie. Onder deze bruiklenen valt het Zelfportret ten voeten uit in atelier op. Bouten heeft zich in zijn schildersleven zelden gewaagd aan het zelfportret. De kleine presentatie wordt gecompleteerd met werken op doek en op papier, die eerder met behulp van de vriendenstichting zijn aangekocht. De mini-expositie zal te zien zijn tot en met 14 februari 2016 in een kabinetje op de zaal Limburg ontstaat... steeds opnieuw.

 Over Armand Bouten

Armand Bouten werd op 30 mei 1893 in Venlo geboren. Zijn geboortehuis lag in de binnenstad bij de Sint-Martinuskerk. In 1912 vertrekt Armand Bouten naar Amsterdam, waar hij een baan als illustrator combineert met een studie aan de Rijksnormaalschool voor het Tekenonderwijs. In Amsterdam ontmoet hij zijn grote liefde, de kunstenares Hannie Korevaar. Samen bezoeken ze spraakmakende exposities van futuristen, kubisten en expressionisten. De schilderijen in expressie, felle kleuren die zij zelf maken in deze periode ademen de roerige tijdgeest.

Vanaf 1920 leidt het echtpaar Bouten-Korevaar een overwegend zwervend bestaan. Ze verblijven in Oost-Europa, Berlijn, Parijs en Zuid-Frankrijk. Zigeuners, kermissen, cafés en bordelen zijn de grote thema’s in hun werk dat steeds feller en agressiever wordt. Na lange omzwervingen vestigt het echtpaar zich in 1957 weer in Amsterdam. Ze leven uiterst sober van het geld dat vader Bouten heeft nagelaten. Bouten vraagt een kunstenaarsuitkering aan, maar die wordt geweigerd. ‘Een kitschschilder’ is het vernietigend oordeel van de beoordelingscommissie. In 1965 sterft Bouten, de kosten van de begrafenis betaalt de gemeente.

Het kan verkeren. In 1990 wordt de vergeten en miskende kunstenaar ontdekt met als resultaat een tentoonstelling in Museum de Wieger in Deurne. In 2008 organiseert het Groninger Museum een overrompelend retrospectief, een expositie die aantoont dat Armand Bouten gerekend kan worden tot een van de grootste Nederlandse kunstenaars uit de eerste helft van de vorige eeuw.