Herdenking 50e sterfdag Armand Bouten

20 november 2015

Het is vandaag precies vijftig jaar geleden dat in Amsterdam de vergeten en miskende Limburgse schilder Armand Bouten (1893-1965) overleed. Hij wordt heden ten dage gerekend tot een van de belangrijkste Nederlandse kunstenaars uit de eerste helft van de vorige eeuw. Het Limburgs Museum staat stil bij zijn sterfdag met een kleine presentatie die te zien zal zijn tot en met 14 februari 2016.

In de kabinetpresentatie worden twee bijzondere aanwinsten getoond, die recent verworven zijn. Het betreft een houten beeld en een schilderij , getiteld Melksters met koeien. Ze worden gepresenteerd met schilderijen uit een particuliere collectie. Onder deze bruiklenen valt het Zelfportret ten voeten uit in atelier op. Bouten heeft zich in zijn schildersleven zelden gewaagd aan het zelfportret. De mini-expositie wordt gecompleteerd met werken op doek en op papier, die eerder met behulp van de vriendenstichting zijn aangekocht.

Museumdirecteur Jos Schatorjé is verheugd met de aanwinsten: “Werk van Armand Bouten staat hoog genoteerd in ons collectiebeleidsplan. Hij is een interessante kunstenaar, die uit Limburg komt, er al op jonge leeftijd is vertrokken en na zijn dood Europese betekenis heeft gekregen”. Het schilderij Melksters met koeien is ooit in Venlo te zien geweest. Schatorjé: “In 1924 was er een groepstentoonstelling van Venlose kunstenaars in een zaal van het destijds bekende horeca-etablissement National. De inzending van Armand Bouten, waaronder deze melksters, werd gekraakt door de criticus van de lokale krant. Een saillant detail: National lag tegenover de plek, waar nu het Limburgs Museum staat.”

Armand Bouten werd op 30 mei 1893 in Venlo geboren. Op jonge leeftijd, hij was nauwelijks elf, voltrok zich een drama: hij verloor zijn moeder. In 1912 vertrekt Armand Bouten naar Amsterdam, waar hij een baan als illustrator combineert met een studie aan de Rijksnormaalschool voor het Tekenonderwijs. In Amsterdam ontmoet hij zijn grote liefde, de kunstenares Hannie Korevaar. Vanaf 1920 leidt het echtpaar Bouten-Korevaar een overwegend zwervend bestaan. Ze verblijven in Oost-Europa, Berlijn, Parijs en Zuid-Frankrijk. Zigeuners, kermissen, cafés en bordelen zijn de grote thema’s in hun werk.

Na lange omzwervingen vestigt het echtpaar zich in 1957 weer in Amsterdam. Ze leven uiterst sober van het geld dat vader Bouten heeft nagelaten. In 1990 wordt de vergeten en miskende kunstenaar ontdekt met als resultaat een tentoonstelling in Museum de Wieger in Deurne. In 2008-2009 organiseert het Groninger Museum een overrompelend retrospectief, een expositie die aantoont dat Armand Bouten gerekend kan worden tot een van de grootste Nederlandse kunstenaars uit de eerste helft van de vorige eeuw.