Achternicht bezoekt presentatie Armand Bouten

4 december 2015

Vijftig jaar geleden, op zaterdag 20 november 1965, overleed in Amsterdam op 72-jarige leeftijd de Venlose kunstenaar Armand Bouten. Op zijn vijftigste sterfdag opende het Limburgs Museum een kleine presentatie met werken van Bouten. De allereerste bezoekster was achternicht Henny Janssen (1931) uit Venlo.

Ze is blij en tevreden met de late erkenning van haar familielid: “Mijn vader en Armand waren volle neven. Ze zijn in hetzelfde jaar geboren, in 1893. Ze trokken als kinderen altijd met elkaar op en leken ook op elkaar. Als je niet beter wist zou je zeggen dat het tweelingbroers waren. Pap was zeer op hem gesteld. Oom Armand, zoals ik hem noemde, kwam voor de oorlog veel bij ons in Blerick aan de Antoniuslaan op bezoek. Hij zag er altijd netjes uit, een beetje burgerlijk. Zijn vrouw Hanny was een aparte verschijning. Een extravagante dame. Ik herinner me dat ze een keer helemaal in het rood gekleed ging, compleet met hoed en schoenen. Zoiets was ongekend toentertijd in Blerick.”

Vader Janssen was chef van het Venlose spoorwegstation en dat stelde hem in de gelegenheid om af en toe gratis met de trein naar Brussel te reizen, waar het schildersechtpaar Bouten voor de oorlog woonde. Henny Janssen: “Ik ben nooit mee geweest naar Brussel. Als ze bij ons waren, kreeg ik een kusje en een vriendelijke aai over de bol. Maar echt gepraat met ze heb ik nooit. De wereld van volwassenen en kinderen was gescheiden. Dat ze veel gezworven hadden door Europa, wist ik niet als meisje van een jaar of zeven. Hoe ze leefden in Brussel ook niet. We hadden thuis maar één schilderij van oom Armand hangen. Het was een landschap, ik denk dat hij het heeft geschilderd in Frankrijk.”

Het schilderij kreeg een bijzondere geschiedenis. In de Tweede Wereldoorlog verhuisde het gezin Janssen naar het stadsdeel Venlo. In januari 1945 werden ze, als zoveel andere inwoners van Noord-Limburg, door de bezetter gedwongen huis en haard te verlaten. Henny Janssen: “Mijn ouders, broer, oma en ik zijn eerst te voet naar Kaldenkerken gegaan en vervolgens met de trein naar Heerenveen. Uiteindelijk werden we ondergebracht in Oudega. Daar zaten ook andere Venlose evacués, zoals de familie Knops. Met hen zijn we eind mei 1945 op een vrachtauto van een transportfirma teruggegaan. In ons huis waren twee gezinnen ondergebracht, we konden er niet meteen terecht. Dat heeft nog een tijdje geduurd. We ontdekten ook dat in de periode van onze afwezigheid het bewuste schilderij was verdwenen.” Bij navraag bleek dat het landschap en andere kostbaarheden door Duitsers uit het huis waren gehaald. Iemand meende gezien te hebben dat ze in de grond waren verstopt. “Mijn broer is nog op de aangegeven plek tegenover ons huis gaan graven, maar heeft niets teruggevonden. Als het schilderij nog in de grond zit, zal het nu wel grotendeels vergaan zijn. Maar misschien is het meegenomen naar Duitsland en duikt het ooit weer op. In de oorlog zijn ook alle familiefoto’s verloren gegaan, dat vind ik echt heel jammer.”

De kabinetpresentatie van Armand Bouten is nog te zien tot en met 14 februari 2016.

 

Na de oorlog verwaterde het contact en raakte Armand Bouten en zijn vrouw meer en meer uit beeld. Vader Janssen trok zich dat aan. Van het overlijden van de kunstenaar vijftig jaar geleden wist de familie in Venlo niets. “Maar nu volg ik alles over hem. Geïnspireerd door hem ben ik zelf ook gaan schilderen. De waardering die Armand na zijn dood heeft gekregen en de status die hij momenteel als schilder heeft, doen me echt goed.”