Home
A A A
Home Bezoek Zien en doen Onderwijs Kids Collecties
Print

't Luchje van Pollux naast Neus van Hermans


De lampion die de fameuze Venlose buuttereedner Jan Pollux meedroeg bij zijn laatste officiële optreden, krijgt een plek in het Limburgs Museum in Venlo. Donderdag 7 januari aanstaande om 17.30 uur wordt 't luchje - het Venlose dialectwoord voor lampion - in het museum opgehangen naast de legendarische feestneus die Toon Hermans droeg wanner hij ‘Mien, waar is mijn feestneus’ vertolkte.

Jan Pollux trad jarenlang op tijdens de carnavalszittingen van het Venlose Vastelaoves Gezelschap Jocus. Hij kwam altijd op met een lampion en het publiek begeleidde hem naar het podium door het Venlose kinderliedje 'Sintermertes veugelke, haet ein roeëd keugelke' (Sint-Martinus vogeltje, heeft een rood kogeltje) te zingen. Vaak kwam het voor dat de zaal bleef doorzingen en Pollux pas na lang wachten aan het woord kwam. Het was dan sport om na het eerste woord van de buuttereedner, opnieuw te beginnen met zingen en hem daarmee op goedmoedige wijze weer de mond te snoeren.

Jan Pollux behoort tot de absolute top van de Limburgse humoristen. Zijn verbale vermogens zijn onovertroffen. Eén zin of combinatie van kolderwoorden bouwde hij moeiteloos uit tot nonsens-voordracht die een zaal aan het daveren van het lachen kreeg. Hij werd daarbij nooit grof of kwetsend. Zijn improvisatietalent was legendarisch. Als hij naar zijn plek liep, kon hem iets te binnen schieten waarmee hij vervolgens spontaan en onvoorbereid van wal stak.

Vanwege zijn grote bijdrage aan de Limburgse carnavalscultuur werd Jan Pollux vorig jaar onderscheiden met de Gouden Narrenkap. Het is de hoogste carnavalseer die een Limburger te beurt kan vallen. Pollux kreeg hem vanwege zijn humoristische kijk op het leven van alledag. De Venlonaar, die meer dan 55 jaar in de buut stond, heeft een ziekte die zijn stembanden heeft aangetast. Hierdoor heeft hij zijn artistieke carrière moeten beëindigen.