
Het Limburgs Museum heeft een belangrijke collectie amateurfilms verworven met als centrale thema het dagelijks leven in de oorlogsjaren 1940-45 in Maastricht en Nederland. De maker is Adriaan J. Vroom (Rotterdam 1912 – Maastricht 2001), lid van deze katholieke ondernemersfamilie.
Voor de oorlog werd hij afdelingschef bij Vroom & Dreesmann in Maastricht, waar hij Madeleine (Maud) van Oppen leert kennen, de jongste dochter van de Maastrichtse burgemeester Van Oppen. De oorlog is de rode draad in Vrooms filmoeuvre. Op hun gefilmde fietstocht vanuit Maastricht door Nederland in de zomer van 1940 stuitten Adriaan en Maud in een weiland in de Achterhoek op een niet ontploft projectiel. Op hun huwelijksdag 19 april 1941 vliegt er in beeld een squadron Engelse vliegtuigen over. Het filmpje over de huwelijksreis naar Arcen laat ook beelden zien van het graf van een gesneuvelde soldaat. De Maastrichtse wijk Blauwdorp wordt op 27 november 1941 per ongeluk getroffen door een Engelse blockbuster. De volgende dag filmt Vroom de ravage en de begrafenis van de vijfentwintig doden.
Het alledaagse leven gaat zo goed en zo kwaad als het gaat ‘gewoon’ door. Dat laten zijn films zien, maar Vroom benadrukt dat nog eens door in de montage dergelijke oorlogsincidenten direct te verbinden met het alledaagse, met hun privéleven. De filmer gebruikt daarvoor ook scherpe, humoristische tussentitels. Met deze stijlmiddelen overstijgen zijn films in creativiteit en zeggingskracht de amateurfilms die alleen maar fragmentarisch laten zien wat er gebeurt.
Op een gegeven moment speelt het voetbalteam van V&D Maastricht een wedstrijdje tegen de Pantserjägerabteilung. Ook een voorbeeld van hoe het leven ‘gewoon’ doorging, al kan dit beeld makkelijk in een verkeerd historisch perspectief worden geplaatst. Een andere film verwijst naar de gevangenschap van Adriaan Vroom. Hij zat samen met andere vooraanstaande Nederlandse burgers (ondernemers, politici, wetenschappers, kunstenaars) enkele maanden vast als gijzelaar in het door de Sicherheitsdienst geleide kamp Haaren. Op de film (opnames van bevriende filmer) pakt zijn vrouw een mandje met proviand in voor zijn noodgedwongen verblijf. Filmbeelden van zijn pasgeboren dochter worden afgewisseld met krantenberichten van de bestraffing van de dader van de aanslag op Hitler en van nieuws over de gevechten in Frankrijk op 2 augustus 1944. De bevrijding van Maastricht, de Duitse krijgsgevangenen en de afrekening worden door Vroom vastgelegd onder de titel: “Ze vliegen eruit”. Als vrijwilliger van het Rode Kruis ziet en filmt hij op het einde van de oorlog de verwoestingen in het westen van Nederland, en kort na de oorlog is hij ooggetuige van de ruïnes in Duitsland.
Of het onderwerp nu industrie was, familieleven, de stad Maastricht of de oorlog, steeds komen de films van Vroom op ons over als kleine, inventieve kunstwerkjes.
Op vrijdag 9 september schenken zijn kinderen deze bijzondere filmische bron aan het Limburgs Museum. Dat gebeurt tijdens een presentatie in het Maastrichtse filmtheater Lumière.