
Elk jaar kijken mensen uit naar de resultaten van musea. In musea kunnen bezoekers in contact komen met hetgeen we belangrijk vinden van onze cultuur. Daarbij is cultuur datgene wat maakt wie we zijn. In de musea gaat het dus om objecten en activiteiten met een culturele betekenis en om bezoekers. Veel werk in de musea gaat zitten in het in goede conditie brengen en houden van ons erfgoed. Doordat het ‘gebruikt’ wordt om toegankelijk zichtbaar te zijn is het immers aan heel langzaam verval onderhevig. Over de doelstellingen van het behoud van ons cultureel erfgoed zal ik nu niet verder ingaan.
Wel over de andere component die er toe doet: de bezoekers. De laatste jaren is de participatie -de komst van bezoekers- steeds belangrijker geworden. We willen graag dat zoveel mogelijk bezoekers in de musea komen én dat die bezoekers ook graag in de musea verblijven. Daarvoor zijn kengetallen belangrijk. Voor het Limburgs Museum is een aantal kengetallen belangrijk: hoeveel bezoekers; hoe lang blijven ze gemiddeld; hoe beoordelen ze het museum.
Om met de laatste twee te beginnen: 80% van de bezoekers geeft het Limburgs Museum een rapportcijfer van 8 of hoger; 75% van de bezoekers blijft langer dan twee uur. Met deze cijfers scoort het Limburgs Museum zeer goed en hoort het tot de door bezoekers best beoordeelde musea van Nederland.
Dan de bezoekersaantallen. Elk jaar schommelen die door omstandigheden. Die omstandigheden zijn divers. Belangrijk is of de tentoonstellingen aantrekkelijk zijn voor brede doelgroepen of dat ze juist interessant zijn voor een specifieke groep bezoekers. Weet het museum die bezoekers ook te verleiden voor een bezoek? Hoe zijn de weersomstandigheden? Zonnige dagen leidt doorgaans tot minder bezoekers, terwijl regenachtige weken een extra toeloop tot gevolg heeft. Omstandigheden waaronder het publiek naar een museum kan gaan blijken ook erg belangrijk te zijn. Omdat de cijfers schommelen worden er over meerdere jaren afspraken gemaakt tussen subsidiegever en museum. Wat bezoekersaantallen betreft wordt daarom uitgegaan van een gemiddeld cijfer.
Toen de plannen voor een Limburgs Museum in de jaren ’90 werden gemaakt, gingen de oprichters uit van een bezoekersaantal van circa 35.000 per jaar. Volgens extern marktonderzoek zou meer in het relatief dunbevolkte Noord-Limburg niet haalbaar zijn. Toch bleken de resultaten veel beter uit te pakken omdat het Limburgs Museum het goed deed en doet. Momenteel wordt in de meerjarenbeleidplannen uitgegaan van een gemiddeld bezoekersaantal van 42.500. In vier jaren moeten dus zo’n 180.000 mensen het museum bezoeken. Er zijn echter jaren waarbij er beduidend meer bezoekers naar het museum komen. En het museum wil niets liever dan zo veel mogelijk bezoekers omdat dit de belangrijkste inkomstenbron is, maar die bezoekers moeten óók een goed rapportcijfer geven, waaruit blijkt dat het museumbezoek wordt gewaardeerd. Dan doet het museumbezoek er namelijk toe in de persoonlijke vorming en ontwikkeling.
In 2011 heeft het Limburgs Museum ‘maar’ 40.489 bezoekers gehad. Dat zijn er zo’n 10.000 minder (oftewel 20%) als in veel andere jaren. Dat zijn er zelfs minder dan dat het museum zélf als minimale norm stelt. Dat vinden we erg. Maar er zijn wel oorzaken voor aan te wijzen. Een cijfer heeft immers altijd een reden omdat het samenhangt met oorzaken. Het jaar 2011 was belangrijk voor het Limburgs Museum omdat er heel veel in en bij het museum werd verbeterd. De toegangswegen werden opengebroken en vernieuwd. Het gebied tussen station NS (de belangrijkste verbinding voor bezoekers) en het Limburgs Museum lag gedurende 2011 open en bezoekers werden soms ver omgeleid. Een groot gedeelte van het jaar was het museum via het Station NS alleen bereikbaar via een steile trap over de bouwput van een verkeerstunnel, die moeilijk begaanbaar was voor zowel de jongste als oudste bezoekers. We hebben via onze website beoogde bezoekers geattendeerd op de veranderende toegangswegen en de moeilijke bereikbaarheid. Jammerlijk heeft dat er ook toe geleid dat sommige groepen reserveringen hebben afgezegd.
Daarnaast maakte het Limburgs Museum ook een tentoonstelling over de resultaten van de recente ontdekkingen van archeologen in Venlo. Zo’n gespecialiseerde tentoonstelling is natuurlijk vooral aantrekkelijk voor Venlonaren en historisch geïnteresseerden. Voor het Limburgs Museum was het ook zeer belangrijk om deze tentoonstelling te maken. Door deze tentoonstelling verdiende het museum extra middelen (betaalde publieksdienst voor de gemeente Venlo), werd er goed samengewerkt met andere culturele instellingen bij de productie van films en publicaties en konden belangrijke vondsten worden gerestaureerd. Voor het Limburgs Museum was deze tentoonstelling vooral belangrijk omdat er informatie kon worden verkregen en voor het publiek toegankelijk worden gemaakt over de belangrijkste recente ontdekking in Venlo: Het oudste joodse monument van Nederland, het mikwe of rituele reinigingsruimte (ca 1280) dat ook naar het Limburgs Museum werd overgebracht.
In het jaar 2011 was het Limburgs Museum moeilijk te bereiken. Niet alleen buiten het gebouw, maar ook in het gebouw. In 2011 en 2012 wordt het Limburgs Museum verbouwd en duurzaam gemaakt. Een aantal zalen moest worden gesloten in verband met aansluitingen van nieuwe ruimten. Op 11 april 2012 hopen we het uitgebreide museum en het gerestaureerde mikwe, te samen met vier tentoonstellingen in het kader van de Floriade 2012 officieel te openen.
Omdat we dit van tevoren al wisten is daarom in 2011 prioriteit gegeven aan de voorbereidingen voor het vernieuwde museum én het publieksbereik van het digitale Limburgs Museum. Als u onze beeldbank bezoekt kunt u in contact komen met het Limburgse culturele erfgoed, ook als u -om welke redenen dan ook- niet in de gelegenheid bent om het museum fysiek te bezoeken. Heel bijzonder is dat we veel filmmateriaal toegankelijk hebben gemaakt, conform opdracht van Provinciale Staten. Van de nood is zo in 2011 een deugd gemaakt.
Jos Schatorjé
Directeur