Home
A A A
Home Bezoek Zien en doen Onderwijs Kids Collecties
Print
Home Bestel foto's Tentoonstelling Help mee! Verhalen Achtergrond

Venlo


Badgenoegens op rooms-katholieke grondslag

‘Venlo. Natuurbad: duikoefeningen. 3 juli 1934’, vermeldt het envelopje waarin het glasnegatief van deze zomerse opname werd opgeborgen. De foto is een van de pronkjuwelen op de tentoonstelling Het glazen album van Limburg. Ze roept bij veel bezoekers een Aha-erlebnis op. Natuurbad De Onderste Molen is weliswaar gesloten, maar nog lang niet vergeten. Het was hét eldorado voor zwemmend Noord-Limburg. Hoeveel herinneringen zullen hier niet liggen? Het zwembad ontleende zijn naam aan een zeventiende-eeuwse watermolen. In 1934 startte molenaar Sjraar Michels het zwembad. De molenpoel werd uitgediept en de aarde die eruit kwam werd gebruikt om de kanten op te hogen. Daar bovenop kwam goudgeel strandzand. De familie had sinds de negentiende eeuw het waterrecht over de Molenbeek en dus in feite gratis en voor niets water voor het zwembad. In 1938 kwam de waterloop droog te staan, doordat bij kleiwinning een eindje verderop de bodemlaag werd doorbroken die belette dat het water wegzakte. Vanaf die tijd werd het water voor het zwembad vanaf zeventig meter diepte opgepompt. Hoe koud dat kon zijn, weet iedereen die een duik in het zwembad nam. Dus ook de sportievelingen uit Het glazen album van Limburg.

Zonnebaden en zwemmen geschiedde in De Onderste Molen op rooms-katholieke grondslag. Een hoge houten schutting scheidde de seksen. Ze ligt verankerd in het collectieve geheugen van allen die vroeger in het natuurbad zijn geweest. Jo Peeters (1929) ging er als knul heen: ”We woonden aan de Straelseweg aan de noordkant van Venlo en van daaruit was het een hele tippel naar de Onderste Molen in het zuidelijk deel van de stad. Zodra we er waren, kleedden we ons om en doken vervolgens meteen de ‘ploens’ in. Het was zaak om er achter te komen wie de badmeester of badjuffrouw was. Als de meisjes die we wilden ontmoeten ook gearriveerd waren, liepen we of zwommen we langs de schutting. Was de kust veilig, ging je onder de schutting door naar de verboden zone voor uitsluitend dames. Wanneer je werd gesnapt, volgde verwijdering uit het bad. Je moest dan je gezicht een paar dagen niet laten zien. Maar het kon daarna ook nog een hele kunst worden om ongemerkt langs de kassier te komen, want die had een ijzeren geheugen. Het was een heerlijke tijd.” Ook René Pijnenburg (1935) kwam in het bad. Met zijn vrienden praktiseerde hij de-bal-over-de-schutting-methode. Wanneer de bal ‘per ongeluk’ in het domein der jongensdromen terecht was gekomen, vervoegde een van de vrienden zich met een onschuldig gezicht bij de kassa ten einde permissie te vragen om het speeltuig op te mogen halen. René Pijnenburg: “We wisten niets van meisjes. Het waren echt gescheiden werelden. In de planken van de schutting zaten gaten. Daar hadden ‘noeste’ (knoesten of kwasten in het ABN) gezeten die er uitgedrukt waren. Door die gaten hadden we zicht op de meisjes. Het waren andere tijden.” Over de gaten in de schutting is nog een aardige anekdote die is overgeleverd door Mat van Keeken, oud-voorzitter van de Watersportvereniging Mosa die in De Onderste Molen haar domicilie had. Van Keeken herinnert zich dat de paters augustijnen van het Thomascollege in Venlo de schutting tussen het mannen- en vrouwendeel controleerden op gaatjes. Gluren naar de andere sekse gold als oneerbaar, het was zondig. Maar … hoe moeten we ons de inspectieronden van de vertegenwoordigers van de Venlose geestelijkheid eigenlijk voorstellen? Liepen de paters op een warme zomerdag in toga langs de schutting en werden aangetroffen gaten dicht gepropt met papierpulp of ander materiaal?

Wim Schreuder (1946) kwam als kind vaak in De Onderste Molen: “De Onderste Molen was ons zwembad, waar we uren, nee dagen, hebben doorgebracht als het mooi weer was. Ik ben van de lichting 1946, een babyboomer dus en we kwamen er met familie en vrienden. We hadden van thuis meestal een gezinskaart en daardoor was je kind aan huis. De uren in het zwembad waren heerlijk. Als je naar het diepe liep, zat bij de ketting altijd een badmeester. Soms moest je laten zien dat je de zwemkunst echt meester was. Je dook dan het ijskoude water in en zwom een stukje voor. Pas dan mocht je verder. Het was altijd een sport om zoveel mogelijk lege flesjes te verzamelen. Dat deed je voor het statiegeld. Kreeg je de flesjes niet, dan werden ze gewoon ‘gestriets’. Je moest je vervolgens natuurlijk wel snel uit de voeten maken. Van het statiegeld kon je snoep, drop en chips kopen. Vroeger zat er tussen de chips een heel klein zakje met wat zout. Het was apart verpakt. Je draaide het los en strooide het zout over de chips. Toen het zand van De Onderste Molen vervangen werd door gras, waren we blij. Alles had namelijk altijd onder het zand gezeten en dat was daarna gelukkig voorbij. In de jaren zeventig namen we onze eigen kinderen mee naar De Onderste Molen. Die hebben er ook enorm genoten.”

Op zeker moment werd de houten schutting vervangen door een betonnen die liep tot aan de rand van het bassin. Het was systeembouw. Tussen twee stevig verankerde palen met gleuven werden platen geschoven. Midden jaren vijftig komt de kentering. Gemengd zwemmen wordt toegestaan. In de schutting komt een doorgang. Voor en na wordt de roemruchte scheidingswand afgebroken. Men plaatst eerst een rij dennen en vervolgens een afrastering met paaltjes. Uiteindelijk legt men op de plek van de schutting een tegelpad aan dat van het terras naar de rand van het bad loopt. Daar gaat het over in een demontabele loopbrug. Gemengd zwemmen is toegestaan, maar op het strand geldt officieel nog een scheiding der seksen. Vanzelfsprekend hebben steeds meer mensen daar lak aan. In 1975 verdwijnt het pad. In de jaren erna raken Spartaanse zwembaden als De Onderste Molen uit de gratie. Tropische zwemparadijzen met allerlei toeters en bellen trekken veel publiek. Bovendien gaan steeds meer zwemrecreanten naar de grindgaten her en der in Noord-Limburg. In 1990 valt het doek voor het natuurbad. Door velen wordt dat nog steeds betreurd.